Mijn handen op het
stuur, gezichtje uiterst geconcentreerd en de voeten op de pedalen. Nadat mijn
vader voor de zoveelste keer had uitgelegd waar de koppeling, gas- en rempedaal
zit, was het weer eens zo ver. Ik mocht weer eens meehelpen op de boerderij!
Mijn vader is nu al een paar jaar geen boer meer, maar ik
ben van oudsher nog altijd een boerendochter. Als mensen negatief over boeren
praten, trek ik mij dat aan. Ik vind het irritant en vooral bekrompen. De
mensen die het zeggen, zijn vaak nog nooit op een boerderij geweest en weten
niet dat het altijd hard werken is. Ja, je woont lekker op de ruimte, maar daar
moet je ook genoeg voor doen! En dan troost ik mezelf met de gedachte dat ze
kortzichtig zijn en ik wel beter weet.
Een boerendochter heeft misschien een aantal kenmerken,
of wordt geacht die kenmerken te bezitten. Waaronder: kennis van het
boerenleven, kennis van dieren en een nuchtere kijk op dingen. Veel dingen weet
ik wel, maar in andere dingen faal ik hard. Als gevolg: heel harde lachsalvo’s.
Als kind was ik bijvoorbeeld doodsbenauwd op de trekker met
mijn vader. Mijn vader, natuurlijk een uitstekende chauffeur, maar ik
vertrouwde het allemaal niet. Hij zat soms tijden achteruit te kijken of alles
goed ging, waarop ik bang was dat we in de sloot zouden belanden. En ongeveer
twee maanden terug maakte ik de grote fout om te zeggen dat het toch wel veel
werk voor die boeren moet zijn om die blauwe strepen op de ruggen van schapen
te spuiten. Het bleef een paar seconden stil. En toen barstte het gelach los.
‘Lieve schat, dat doet de ram zelf!’
‘Zelf?’ schaapachtig staarde ik ze aan.
‘Hij heeft een tuigje met een dek blok om. Dat schuurt
dan de rug van het schaap…’
‘Oh,’ mompel ik lachend. ‘Tja, we hadden ook nooit schapen
hè…’ voer ik dan maar als excuus aan. Ik troost mij met de gedachte dat heel
veel mensen dit niet weten en ik het nu in ieder geval nooit meer zal vergeten!
| Kleine Maaike op de trekker |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten