woensdag 27 februari 2013

Kleine basisschool, groot hart! (Stelingwerf 27-2-2013)


“Kleine basisscholen moeten dicht” kopten verschillende kranten vorige week. Er wordt al langer over gesproken, maar nu lijkt het dat scholen die minder dan 100 leerlingen dicht moeten. Er is veel discussie over. Ik weet niet wat beter is. Er zijn goede argumenten voor het sluiten van de kleine scholen, maar ook goede argumenten voor het behouden van kleine scholen.

Ik weet alleen dat ik op een kleine basisschool in Oldelamer zat. Rond groep acht vierden we de komst van de 50e leerling. Een hele happening voor de school destijds! Nu, rondom deze berichtgeving, denk ik wel eens even terug aan die school. Ik heb er echt een heerlijke tijd gehad. Omdat het zo’n kleine school was, kende iedereen elkaar. De meesters en juffen kenden ieder kind en waren je nog niet vergeten als je in groep acht zat. En ze zijn je tien jaar later ook nog niet vergeten! In de supermarkt zeg je elkaar nog wel eens gedag en dat is leuk!

Iedereen mocht elk jaar meedoen aan de musical. Op grote scholen mag alleen groep acht hieraan meedoen. Op kleine scholen doet de hele school mee! Groep één en twee onder leiding van de kleuterjuffen. Groep drie, vier en vijf doen hun eigen ding in de musical. En groep zes, zeven en acht mogen de hoofdrollen vervullen. Je bent samen bezig een ontzettend leuke musical neer te zetten. Geweldig vond ik dat altijd.

Ik was best een verlegen kind, maar ik werd niet vergeten in de massa. Er was genoeg individuele aandacht. Als ze doorhadden dat ik deed alsof, kwam de leraar bij me en legde hij rekenen nog een keertje uit. Ze zagen dat ik dat moeilijk vond. Ik weet niet hoe ik het op een grote school gehad zou hebben. Dat kan ik niet beoordelen. Maar ik weet wel dat ik O.B.S. De Lamer een warm hart toedraag. Wat mij betreft blijft dat schooltje lekker staan. Helaas maak ik de regels niet, maar die tijd daar was geweldig en zal ik in ieder geval nooit vergeten.

woensdag 13 februari 2013

Commerciële rotzooi (Stellingwerf)


Het is deze week de week van de liefde! Je wordt doodgegooid met dingen voor Valentijnsdag. Grote ansichtkaarten, chocolaatjes, snoepjes, luchtjes en romantische rozenblaadjes. Op deze dag laten sommige mensen aan elkaar weten dat ze elkaar stiekem heel leuk vinden. En wanneer je al een relatie hebt, kun je laten zien dat je echt van elkaar houdt. Mijn mening: het is commerciële rotzooi.

Als klein meisje vond ik het nog wel een romantisch idee. Je kon iemand laten weten dat je verliefd op diegene was en dan was hij misschien ook wel verliefd op jou. Toch ging elk jaar voorbij en niemand verklaarde aan mij de liefde op Valentijnsdag. Het veranderde in een depressieve dag. ‘Alweer geen kaartje…’ zuchtte ik soms. Op school kregen de populaire meisjes een roos. De gewone meisjes stonden een beetje bij de kluisjes naar die meisjes te kijken. Vol van jaloezie.

Voor mij geen grote kaartjes in de brievenbus. De hoop begon een beetje weg te zakken, tot ik op een dag thuiskwam en er een aantal Valentijnskaarten bezorgd waren. ‘Yes!’ dacht ik. ‘Eindelijk!’ Er waren kaartjes! ‘Zijn die voor mij?’ vroeg ik hoopvol. Mijn moeder schudde haar hoofd en wees naar de krullenbol op de bank. ‘Nee, voor je broer,’ zei ze glimlachend. Ik staarde naar de kaartjes en schudde ontzet mijn hoofd. ‘Drie stuks? Wie zijn dat allemaal wel niet.’ Mijn broer lachte en haalde zijn schouders op.

Op die dag heb ik echt afscheid van Valentijnsdag genomen. En nu ik een relatie heb, doen we er ook niets aan. Als je elkaar leuk vindt, mag je toch ook best op een andere dag lief zijn en uit eten gaan? Ik wil best een keer een leuk kaartje krijgen, maar niet met Valentijnsdag. Dan wordt het weer zo’n cliché… En daar houden we niet van! Valentijnsdag is commercie en liefde is er altijd om lief voor elkaar te zijn.


woensdag 30 januari 2013

Beter dan de rest (column 30-01-2013)


Ik kan mij nog goed herinneren dat ik als kind graag beter wilde zijn dan een aantal klasgenoten. Ik wilde beter zijn in het schoolschaatsen, maar dat resulteerde zich alleen maar in een bont en blauwe kont. Ik was weer eens gevallen. Ik wilde ook de meeste kruisjes op mijn papiertje tijdens de Unicefsponsorloop. Dan zou ik een keer de meeste rondjes gelopen hebben! Helaas bleef ik ergens achteraan buffelen en haalden de jongens uit mijn klas mij al weer in. Ik kan dus zeggen dat het niet bepaald gelukt is.

Er blijven altijd mensen die hopen beter dan een ander te zijn. Veel mensen willen dit ook graag en zien er een soort wedstrijdelement in. Ze willen beter zijn in de liefde, het leven en simpelweg gelukkiger zijn. Ze willen meer geld verdienen, een goede baan hebben en een mooi huis bezitten. Het is niet leuk om te zeggen dat je weer een onvoldoende hebt gehaald, of nog steeds geen vriendje hebt. ‘Hoe kan dat nou?’ vragen je ooms en tantes vol medelijden, terwijl ze niet zien dat jij je er wel prima bij voelt. Zelfs daarin wil je een ‘goed’ antwoord geven.

En dan heb je nog de mensen aan wie je een godsgruwelijke hekel hebt. Niemand wil dat die mensen het beter hebben dan jij. Niemand wil dat diegene succesvoller is, gelukkiger is of meer geld verdient. Je veracht ze, je haat ze en je wilt niets liever dan zien dat zij ergens in de goot belanden. Jammer genoeg is meestal het tegenovergestelde waar. Ze leiden een sprookjesleven en wonen ergens in een villa in het bos. Ze hebben een stel prachtige kinderen. Dragen de duurste designerkleding en hebben een één of ander topmodel als man.

Toch kun je daar maar beter niet al te lang bij stilstaan. Als ik naga dat ik vroeger wilde winnen, maar dat niet lukte, tja. Ik ben er niet minder van geworden. Zo is het leven. Uiteindelijk ben ik wel op mijn pootjes terecht gekomen en weet ik waar ik plezier aan beleef. Ik wil niet beter zijn dan een ander. Uiteindelijk gaat het toch om mezelf? Als ik niet gelukkig ben, wordt het nooit wat. Uiteindelijk hoef ik maar één iemand blij te maken en dat ben ik zelf.


woensdag 16 januari 2013

Zeurende mannen! (column 15-1-2013)


"Lieverd… Wil je mij wel ophalen uit de voetbalkantine?" Zijn smekende, bruine ogen staren mij hoopvol aan. "Het is zo koud op de fiets…" mompelt hij er nog achteraan. Als ik geen antwoord geef, mompelt hij er nog heel zacht het woordje "Alsjeblieft?" erachteraan.

Mannen geven vrouwen altijd de schuld van het zeuren. We zeuren en zeiken om alles en niets. We zeuren over ons lichaam. "Schat? Vind je mij dik in deze kleren?" Of dat we onze borsten te klein of te groot vinden. Onze armen zijn te dik met wiebelende kipfiletjes eronder. Onze tenen zijn lelijk en ons haar zit altijd, werkelijk waar, altijd niet goed. En als het dan geregend heeft, zit het al helemaal niet! En in de ochtend zeuren we over het vroege tijdstip, de slechte nachtrust of de manier van wakker worden. We zeuren over het openbaar vervoer. We zeuren over stomme afspraken die we moeten nakomen, maar waar we totaal geen zin hebben. Ja, we zeuren inderdaad. Alleen zeuren die mannen net zo hard mee!

Ik ben er eens op gaan letten en het valt mij op dat mannen altijd het vingertje naar de vrouw wijzen, terwijl ze er zelf ook wat van kunnen. Mijn vriend zeurt bijna elke week of ik hem wil ophalen uit de voetbalkantine. Hij zeurt regelmatig nadat hij een paar biertjes gehad heeft dat hij iets wil eten bij de shoarmazaak of bij de McDonalds. Hij zeurt regelmatig dat hij nog wel een biertje wil en of ik die dan alsjeblieft voor hem wil ophalen.

Dus nee, mannen zeuren niet zo zeer over hun eigen lichaam. Al heb ik een stel jongens ook al eens horen zeuren over wat voor kleding ze de volgende dag aandoen naar school. Wij vrouwen zijn misschien wel iets bedrevener in het zeuren, maar dat alleen vrouwen het doen is een illusie. Ik heb het bewijs dat mannen het ook doen! En dat bewijs zit regelmatig naast mij op de bank. Toch vind ik het wel schattig. Nu mag ik ook eens gefrustreerd zeggen: “Zeur niet zo!”


woensdag 2 januari 2013

Verliefd geworden (column 02-01-2013)


Terwijl ik dit schrijf zit ik nog tot de nok aan toe vol van de kerstmaaltijden en oliebollen. Mijn hoofd voelt wat licht aan door de hoeveelheden alcohol die ik gedronken heb rond kerst en oud en nieuw. Ik begin het jaar 2013 met een fikse kater, maar ook met een grote glimlach op mijn gezicht. Met vuurwerk is het nieuwe jaar weer ingeluid en er staat ons vast weer genoeg te wachten het komende jaar.

In 2012 ben ik vooral vaak verliefd geworden! Aan het begin van het jaar is mijn heerlijke neefje Sieger geboren. Voor ik het wist brabbelt hij er al lustig op los in zijn eigen babytaaltje en hopt hij vrolijk op het hobbelpaard. Ook ben ik verliefd geworden op de muziek van de band Mumford & Sons. God, wat heb ik gebaald dat de kaartverkoop na een halfuur gesloten was. Voor mij geen kaartje. Ik ben verliefd geworden op de draver Avenir C die mijn vriend met nog vijf anderen huurt. Als een trouwe fan ga ik regelmatig mee naar zijn koersen en juich ik voor zijn overwinningen.
Ik ben nog verliefder geworden op schrijven en mijn opleiding, al is het vaak ook wel een bron van geklaag en gezeur, maar als ik het dan weer gehaald heb, voelt het weer als een persoonlijke overwinning. Ik ben verliefd geworden op de website pinterest.com waar je allerlei leuke plaatjes op je digitale prikbord kunt prikken. Mijn droomleven, droomhuis en droomkleren staan allemaal op die website ‘gepind.’

Ik hoop dat het jaar 2013 voor mij net zoveel moois gaat brengen. Ik wil mijn studiepunten voor school halen en met mijn specialisatie beginnen na de zomervakantie. Ik wil graag een leuke vakantie en leuke dingen doen. Op zaterdagen naar de kroeg gaan en zondags zonder kater wakker worden. Ik wil creatief zijn en de mooiste verhalen schrijven. En ik wil vooral het jaar 2013 doorbrengen met mensen waar ik om geef en die om mij geven. Mensen die ik vertrouw en op wie ik kan bouwen. En als dat allemaal lukt, dan moet 2013 wel een topjaar worden!


woensdag 19 december 2012

Schandalige pesters (column 19-12-12)


Tranen biggelen over de wangen, maar niets kan het huilen stoppen. Vanbinnen voelt het allemaal zo verdrietig en eenzaam. Er is niemand die kan helpen. Niemand die het gevoel echt begrijpt. Niemand die het kan laten stoppen.

Dit gaat er door hoofden van mensen die worden gepest. Mensen die zo getreiterd worden, dat ze geen andere uitweg zien dan zelfmoord. We lezen het in de kranten, we horen het om ons heen en we zien het soms zelfs gebeuren. Het is niet iets nieuws, maar het lijkt wel steeds meer voor te komen. En soms kun je iemand zo ver krijgen dat ze echt geen andere uitweg meer zien. Praten met de ouders lost niets op. De school en de leraren doen er niets aan. Na schooltijd gaat het gewoon verder door gemene berichtjes op Facebook, Twitter of andere social media websites.

Vorige week stond ik op de trein te wachten, toen er werd omgeroepen dat er door een aanrijding met een persoon geen treinverkeer mogelijk was. Eerst baalde ik dat ik dan te laat op school zou komen. Later hoorde ik dat het een vijftienjarig meisje was die niet langer een uitweg zag en waarschijnlijk door het pesten zelfmoord pleegde, toen voelde ik mij kwaad. Wie drijft iemand zo ver dat zelfmoord de enige uitweg lijkt?

Ik vraag mij af hoe de pesters zich voelen. Je drijft iemand zo ver dat het de enige uitweg lijkt. Ik ben gelukkig nooit gepest, maar kan het mij wel voorstellen. Heeft niet iedereen een dag waarop alles zinloos lijkt? Moet je je voorstellen dat je dat dag in dag uit voelt. En het pesten stopt niet. Iemand is volgens hen ‘anders’ of misschien heel stil en onzeker. Een makkelijk en gewillig slachtoffer? Ik vind het schandalig. Ik vind het ronduit verschrikkelijk dat het gebeurt, maar vraag mij tegelijkertijd af wat je er tegen kunt doen.

Je hoeft niet met iedereen vrienden te worden, maar een zeker gevoel van respect is wel op zijn plaats. Dat stille meisje of jongen is ook maar een mens met gevoelens. Voor de mensen die gepest worden, geef nooit op. Er zijn altijd mensen die wel weten wie je bent en die wel voor je op durven komen. Durf te zoeken. Durf je eigen weg in te slaan en laat die pesters voor wie ze zijn. Wedden dat je later veel succesvoller bent dan zij? Dat is toch een leuk vooruitzicht!

dinsdag 11 december 2012

Creatieve geest

Ik ben normaal gesproken niet zo'n creatieveling. Ja, met woorden misschien wel, maar niet met pen, papier en tekeningetjes. Nu ben ik al een poosje he-le-maal verslaafd aan www.pinterest.com (Maaike Schaap om mij toe te voegen!) en daar zag ik toch een leuk project!

Wat heb je nodig:
Men neme wat koffie- of theekopjes. (Action)
Permanent marker. (Action)
Leuk idee om er op te zetten/schrijven
30 min op 170 graden in de oven

En tadaa! Zie het resultaat van mijn kopjes:


woensdag 5 december 2012

Happy endings (Column 05-12-12)


Happy endings

Sprookjes hebben happy endings. Het komt altijd goed met dat ene zinnetje: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig.’ In het echte leven kennen we niet altijd deze happy endings. Leefden we af en toe maar in een boekje en mochten we af en toe onze eigen verhalen maar schrijven. Zouden we dan niet heel wat beter af zijn?

Het zweet staat nu al op mijn rug. Met een pen in mijn hand m’n eigen levensverhaal schrijven. Dat is toch doodeng? Je wilt niet altijd weten wat er de volgende dag op je staat te wachten. Sommige dingen moeten een verassing blijven. Aan de andere kant… Als je het wel weet, kun je jezelf behoeden voor pijn en narigheid. Als ik het verhaal zou mogen schrijven, zou ik die narigheid er misschien wel uit kunnen schrijven. Dan zou elke dag met een vrolijk gevoel beginnen en eindigen. Hm, best saai eigenlijk!

In sprookjes is er vaak sprake van een jongetje en een meisje zoals Hans en Grietje. Er zijn prinsen en prinsessen. Je hebt Sneeuwwitje en haar zeven dwergen. Er is nooit iemand echt alleen, zonder iemand om haar heen. Degenen die de sprookjes geschreven hebben wist al dat alleen zijn niet het beste gevoel van de wereld is. We kunnen wel even alleen zijn. Een dag, een maand of een paar jaar, maar uiteindelijk gaat het toch jeuken. Niemand wil haar hele leven in haar eentje op de bank zitten en snotteren om romantische comedy’s. Niemand wil in haar eentje de tissuedoos hoeven pakken. Bijna niemand wil voor altijd in haar eentje de wereld rondreizen. Is het niet met een geliefde, dan wel met een goede vriend.

In het hier en nu is niet iedereen zo gelukkig als in de sprookjes. Het komt niet altijd meteen weer goed, maar waar alle sprookjes gelijk in hebben: er is altijd ruimte voor hoop. Geef niet zomaar op. Laat niet alles zomaar zijn gang gaan. Soms moet je werken voor geluk en soms komt het naar je toe. Neem het niet voor lief. Niets in het leven gaat zo simpel. Ja, je valt soms hard neer. Ja, je moet weer opstaan. En misschien ligt er voor iedereen wel een happy ending in het verschiet, maar dan moet je die wel durven vinden.


donderdag 22 november 2012

Alleszeggende blikken (Column 21-11-2012)


Alleszeggende blikken

‘Ik moet jullie iets vertellen.’ Als je dat zinnetje zegt laat je veel mensen automatisch schrikken. Je moeder staart meteen naar je buik. Het schiet door haar hoofd dat je misschien wel zwanger bent. Je vader is iets praktischer ingesteld en denkt eerder aan auto die je in de prak hebt gereden. De auto die hij speciaal voor jou heeft gekocht… En dan je vriendinnen. Zij zullen eerder denken dat het uit is met je vriend of dat je ergens verslaafd aan bent geraakt. Ze kijken naar je armen om te kijken of er ergens sporen van heroïnespuiten te zien zijn. En het enige waar ik naar kijk? De blik in hun ogen, want die zegt alles.

Natuurlijk gaan ze niet hardop zeggen wat ze denken. Ze wachten angstvallig af wat je gaat zeggen. Met een paniekerige blik in hun ogen kijken ze naar je. Je moeder staart naar je buik. Je vader werpt een blik naar buiten om te kijken of de auto er nog staat. Je vriendinnen kijken naar je ogen om te zien of er ergens tranen in je ogen glinsteren. Terwijl je eigenlijk maar iets heel simpels wilde vertellen. Er is geen vuiltje aan de lucht, maar dat ene zinnetje: ‘Ik moet jullie iets vertellen,’ veroorzaakt een kettingreactie van paniek en angst. Ik zie hoe hun ogen groter en groter worden. Ik kan bijna horen hoe hun hart sneller begint te kloppen.

Ik ben er op gaan letten en vind het grappig om naar de reactie op de gezichten van deze mensen te kijken. Je ziet de plotselinge paniek op het gezicht van je ouders als je ietwat sip zegt dat je ze iets moet vertellen. En dan de hoorbare opluchting als je snel zegt dat je niet zwanger bent en dat het ook niet uit is met je vriend. Er is niets aan de hand. Je begint al snel te lachen en dan hebben ze je door. Je hebt ze alleen voor de gek gehouden. En ik onthoud de blik op hun gezichten. Die lichte paniek. Eigenlijk best leuk om ze een keertje voor de gek te houden!

woensdag 7 november 2012

Huishoudelijke taken (column 7-11-2012)


Voor mij als student staat het huishouden niet op nummer één. Opruimen kan ik niet zo goed. Als ik kook, zijn de aardappels niet gaar. Het vlees is juist te gaar. En de groenten, nou ja. Die zijn wel oké. Toch eet ik mijn zelfgemaakte maaltijd trots op. Dat heb ik maar mooi even zelf gemaakt!

Normaal gesproken kom ik thuis, gooi ik mijn tas aan de kant en plof op de bank neer. Mijn moeder duikt de keuken in en zet elke avond een lekkere maaltijd op tafel. Ik hoop dat ik dat ook kan zeggen over een aantal jaren. Nu duw ik het leren koken nog ver van mij af. Ik gebruik excuses als: ‘Ach nee. Vanavond niet. Ik moet echt die deadline voor journalistiek nog halen!’ Makkelijk. Ik weet het.

Als mijn ouders op vakantie zijn, staat mij altijd een behoorlijke opgave te wachten. Ik ben nog maar in mijn eentje thuis, maar ik kook altijd teveel. Als ik macaroni heb gemaakt, kan heel Nijelamer er zo’n beetje van eten. De wasmachine draait overuren. Wat mag nou wel en niet bij elkaar? Dan maar verschillende wasjes op een dag. Want in dat ene leuke shirtje zit ook kleur… maar ook wit. Waar moet het dan in? En dan heel verbaasd kijken als de energierekening een tikkeltje aan de hoge kant is. ‘Maaike, weet jij hier iets van?’ Eh… nee?

Met de afwasmachine zal ik niet snel fouten maken. Mijn broer daarentegen wel. Hij is al een aantal jaar het huis uit, maar dit taakje had hij nog niet geheel onder de knie. Laatst waren de blokjes die je erin doet, op. Zijn oplossing: een beetje afwasmiddel erin spuiten. En dat gaat blijkbaar verkeerd... Hij zette de machine aan en het duurde niet lang voordat het één en al schuim was. Het schuim drong zich een weg naar buiten. Voor hij het wist zag hij alleen nog maar wit schuim. De hele ruimte had zich gevuld met het schuimachtige spul.
Ik heb mij doodgelachen toen hij het vertelde. Het zou zomaar iets kunnen zijn wat mij ook had kunnen gebeuren. Nu hij dit foutje gemaakt heeft, weet ik dat hem niet meer maak. Daarvoor bedankt broer!