woensdag 16 mei 2012

De waarheid achter mannen


Je hebt machomannen, lieve mannen, verlegen mannen, nerd mannen en borsten- en billen mannen. Ik heb daarentegen hèt bewijs dat mannen ook op andere dieren lijken! Serieus, ik maak geen grapje. Echt niet alleen op honden, zoals ze weleens zeggen: “U lijkt zo op uw hond! Diezelfde mooie bos krullend haar!” Nee, er is meer... Ik heb er een aantal op een rijtje gezet. Op basis van eigen onderzoek.

Leeuw: Koning van de jungle. De heerser der heerser. De mannetjesleeuw is met zijn grote, dikke manen een prachtige verschijning. In het mensleven wordt dit vertaald naar een man die: egocentrisch is, brult maar niet bijt, een ‘pack’ vrouwen wil en alles grijpt wat hij maar grijpen kan.  Hij is onbetrouwbaar en lui. Zijn vrouw moet al het werk doen. Hij ligt lui met een biertje op de bank wat voor de tv voetbal te kijken. Terwijl die arme vrouw zijn stinkende onderbroeken kan opruimen. Varken: We kennen het varken door zijn lekkere varkenskarbonaadjes en zijn grappige geknor. Een man als varken is simpelweg een walgelijk figuur. Zo eentje die zijn eigen snot opeet, lacht om zijn eigen scheten – en dan nog een hardere laat – en iemand die nog nooit van sporten en gezond eten heeft gehoord. Het is een mopperkont en hij is nooit tevreden. In bed denkt hij alleen maar aan zijn eigen pleziertjes. De daad houdt hij waarschijnlijk met moeite vijf minuten uit. Dan rolt hij vermoeid van haar af en moet eerst even bijkomen.
Wolf: Een schuchter, maar mooi beest. Vals, maar toch aantrekkelijk. Zo zijn deze kerels ook. Deze mannen hebben een goddelijk lichaam en dat weten ze. Toch houden ze zichzelf een beetje op de achtergrond, wat hen extra interessant maakt. Ze zoeken niet echt de aandacht op. Pas wel op met deze mannen. Af en toe kunnen ze wel vals uit de hoek komen en is ineens je hart gebroken!
Gorilla: Een sterke, grote en imponerende aap. Deze categorie mannen kun je vergelijken met breedgeschouderde rugbyspelers. Ze schreeuwen om aandacht. Lachen het hardst om hun eigen grappen. Lopen in kroegen alsof ze hét mannetje zijn. Heeft hij een vriendin, dan beschermt hij haar met zijn leven. Komt iemand te dicht in de buurt? Maak dan maar dat je weg komt.
Hond: Je hebt honden in verschillende maten en soorten. Ik neem nu even de labradorpuppy als voorbeeld. Ontzettend schattig! Deze mannen? Ook ontzettend schattig! Maar pas op. Schijn bedriegt. Als je even niet kijkt, laten ze de wc-bril omhoog staan en vergeten ze hun grote boodschap door te trekken. Door hun onschuldige glimlach, komen ze er mee weg. Ze flirten met anderen, al bedoelen ze het misschien niet kwaad. Ze zijn nog jong en speels. Ze moeten nog een heleboel leren… Honden likken trouwens hun eigen ballen schoon. Ik mag hopen dat deze mannetjes dat niet doen.
Kakkerlak: Het is een vieze, ranzige vent die niet weet hoe de douche werkt. Het is zo’n type die tot zijn 50e bij zijn moeder inwoont en op zijn kamer huilt omdat hij geen vriendin kan krijgen. Op datingsites is het zo’n vies mannetje. Maar wacht eens tot hij in de buitenwereld komt! Dan ontpopt hij zich tot een ware kakkerlak: het verpesten van andermans humeur. Je zou ‘m het liefst willen doodtrappen.

Herkenbaar?

dinsdag 8 mei 2012

Bejaarden aan de social media!


´Weet je nog? Die Henk die vroeger de bakkerij had?’
‘Ja, die gaat nu met… Toe nou. Hoe heet ze… Jetje?’
‘Ja, klopt! Dat las ik op Facebook! Allemaal foto’s van hen tweetjes erbij.’

De twee vrouwtjes zitten giechelend als een stel schoolmeisjes naast elkaar in de trein te roddelen over Henk en Jetje. Parmantig zitten ze op de blauwe treinstoelen. Hun grijze haar stijlvol naar achteren gekamd. Een klein, rond brilletje pronkt op hun neus. Ik zit naar twee lieve, schattige omaatjes te kijken, maar blijkbaar zijn ze behoorlijk van deze tijd.

‘Ga jij nog steeds naar die leesclub?’ vraagt de één aan de ander.
‘Zo af en toe,’ knikt het oude dametje instemmend. ‘Toch lees ik nu meestal op de e-reader. Ideaal zo’n dingetje. Ik kan het scherm met mijn vingers groter maken. Dan kan ik die verrekte letters tenminste lezen,’ giechelt ze.

De vrouwtjes glimlachen elkaar toe. Het is net alsof ze weten dat ik ze zit af te luisteren. Ik zit er echt met mijn oren te klapperen. Ondanks dat ze Twitter uit spreken als twieter en e-reader als ie-rieder… blijft het een grappige gewaarwording. Ze lijken ongeveer net zo oud als mijn eigen oma. Toch wel ergens midden in de 70. Mijn oma snapt dan nog wel dat er internet bestaat en dat je berichtjes naar elkaar kunt sturen, maar je moet tegen haar echt niet over Facebook of Twitter beginnen. Dan kijkt ze je met glazige ogen aan en wil ze dat je het uitlegt, maar dat is ook niet heel gemakkelijk. Deze twee vrouwtjes zouden zo in “Benidorm Basterds” kunnen figureren. Als ze nou ook nog eens gingen praten over de nieuwste dildo’s en vibrators was ik opgesprongen uit mijn stoel en had ik ze eens goed aangekeken. Are you serious?

De vrouwtjes staan op van de treinstoelen en lopen de trein uit. Ik loop nog altijd een beetje beduusd achter ze aan. Buiten pakken ze elkaar bij de arm. Bij het poortje van de OV-chipknip blijven ze staan om uit te ‘tsjekken’. Geen moeilijke blikken of vraagtekens boven hun hoofden. Ze zijn meegegroeid met de tijd. Daar neem ik toch ook wel mijn petje voor af.

woensdag 2 mei 2012

Mooi rood is niet lelijk


Van: Google

Ik heb een keer geluk! Althans, als ik de Viva (Nr. 18) mag geloven. Mensen die mij kennen weten dat ik een relatie heb met een jongen die rood haar heeft. En laat dat nou eens de reden zijn dat ik geluk heb. We weten allemaal dat roodharige mensen vroeger gepest werden. De woorden vuurtoren en rooie zijn zeker niet zeldzaam. Maar er is een nieuw tijdperk op gang aan het komen. Roodharige mannen worden meer en meer bewonderd en zijn steeds meer in trek bij de vrouwtjes. En wat maakt ze dan wel zo speciaal?

Volgens het artikel zijn het echte bikkels. Onderzoek heeft uitgewezen dat ze een hogere pijngrens hebben dan andere mannen. Dus: ‘Schat… ik ben ziek. Volgens mij ga ik dood,’ gaat niet op volgens het artikel. Een ander gegeven is dat ze langer jong blijven. Ze worden namelijk niet grijs! Het wordt eerst zandkleurig en dan wit. Tja, ze blijven dus ook niet hun hele leven rood. En het feitje waarbij alle roodharige mannen waarschijnlijk een gat in de lucht springen: ze hebben meer seks. Tada! Hallo voordeel! Deze mannetjes zijn waarschijnlijk net een stel duracel konijntjes bij elkaar! Ze houden nooit meer op.

Maar… in het artikel zeggen ze niet dat ze ook gewoon net zoals alle anderen mannen zijn. De illusie dat een roodharige man alleen maar geweldig en speciaal is, klopt dus niet... Het kan mij niet schelen dat ze niet grijs worden of dat ze een hogere pijngrens hebben. Ook deze mannen zijn zo af en toe varkens. Ze laten boeren, laten scheten en trekken zich soms nergens wat van aan. Ze drinken zich een slag in de rondte en wie kan er dan op ze passen en ze netjes mee naar huis nemen? Juist. De vrouw. En als meneer de volgende dag wakker wordt, is hij ineens niet meer zo’n bikkel… Al doen ze wel heel stoer. “Ik ben wel fit hoor!” Yeah right.

maandag 23 april 2012

Seks in de wachtkamer


Terwijl ik ongeduldig op een stoel in de psychologenpraktijk zit te wachten, staar ik eerst een paar minuten nietszeggend uit het raam. Ondanks de kou hebben zich een paar zweetdruppels op mijn voorhoofd gevormd na het harde fietsen. Driftig veeg ik ze van mijn voorhoofd en veeg mijn klamme handen af aan mijn broek. Ik zit op een gesprek met een therapeut te wachten die ik ga interviewen voor een artikel. Niets om zenuwachtig voor te zijn, maar wachtruimtes hebben nou eenmaal dat effect op mij.

Zo ben ik ooit in de wachtkamer van de dokter heel hard gaan lachen, juist omdat het er zo stil was. De man die voor mij zat had een rare tic met zijn oog. Die arme man kon er ook niets aan doen, maar het lachstofje bouwde zich steeds meer en meer in mijn buik op. Hij was constant naar me aan het knipogen, gevolgd door een zucht en gekreun. Ik ging er steeds meer opletten. Voor ik het wist begon ik eerst zachtjes te grinniken, om vervolgens heel hard te gaan lachen. Het moest er gewoon uit. Boze blikken alom. Ik een rood hoofd, maar een zacht gegiechel bleef nog wel een tijdje duren. Ik was blij toen ik werd opgeroepen door de dokter!

Nu zit ik ook nogal ongeduldig te wachten. Het is een komen en gaan van mensen, maar blijkbaar niemand die met mij een afspraak heeft. Uit verveling pak ik een tijdschrift van de hoge stapel naast me. Het is een tijdschrift uit het jaar nul, maar toch begin ik erin te bladeren. Mijn oog valt op een artikel: “99 manieren om je seksleven op te spicen,” staat er in grote letters boven. Nieuwsgierig geworden begin ik te lezen, tot ik op gegeven moment mijn naam hoor. Ik kijk op. De mevrouw met wie ik een afspraak heb zit me nieuwsgierig aan te kijken. Ik zie dat ze naar het artikel op mijn schoot kijkt. Haar glimlach verandert heel even in een soort afkeurende grimas. Ik begin rood aan te lopen. Ik gooi snel het blad terug op de stapel en stamel mijn naam.

“Het maakt niet uit hoor,” zegt ze dan glimlachend. Met haar priemende vinger wijst ze naar het tijdschrift. “We zijn allemaal jong geweest.”
Mijn mond klapt dicht. Ik kijk haar verbouwereerd aan en pers er een glimlachje uit, waarop ik knik. Ik durf niets meer te zeggen. Blijkbaar ben ik in haar ogen veranderd in een op seks beluste vrouw, in plaats van een serieuze journaliste in wording!

vrijdag 13 april 2012

De pornoblonde vrouw


Als de deur van de hal opengaat, wordt mijn blik er als een magneet naartoe getrokken. Ik zie een vrouw binnenkomen. Ze paradeert op haar torenhoge hakken van minstens 15 centimeter en haar pornoblonde haar hangt stijl over haar schouders. Ik staar haar aan en voel een misselijkmakende jaloezie opkomen. De mannen stoppen met datgene wat ze aan het doen waren en bekijken haar van top tot teen. Het liefst spring ik op en neer en wil ik gaan gillen: ‘Kijk ook eens naar een brunette!’
De vrouw loopt parmantig door de hal. De mannen blijven haar nastaren als ze zien dat haar rokje aan de korte kant is. Het bedekt net haar kont, maar het is al te laat. De mannen beginnen als hongerige wolven te janken. Het kwijl loopt langs hun mondhoeken naar beneden.
‘Walgelijk,’ mompel ik.

Ze ziet mij achter de kassa van de paardenraces zitten en komt naar me toegelopen. Met een hooghartige blik staart ze me aan. Als een vent staar ik naar haar tieten, die zo’n beetje in mijn gezicht gedrukt worden. Haar te zoete parfum prikkelt vervelend in mijn neus. Ik haal mijn neus op en kijk haar een tikkeltje arrogant aan.
‘Kan ik u helpen?’ vraag ik een tikkeltje kortaf. Ik probeer te glimlachen, maar het lukt niet.
‘Ja,’ zegt ze.

Haar stem verbaast me. Ik kijk op en bestudeer haar gezicht wat beter. Alles lijkt ineens nep aan haar. Haar felrood gestifte lippen zijn volgespoten met botox. Haar wenkbrauwen zijn met potlood in een vreemde boog getekend. Haar metallic oogschaduw is het ooglid voorbij gedenderd en zit ook op haar slaap. Haar tieten die mij zo’n beetje in het gezicht gedrukt worden, lijken nep. Ik frons verbaasd mijn wenkbrauwen en kijk haar afwachtend aan.
‘Ik wil graag op paard vijf gokken,’ zegt ze dan. Haar blauwe kijkers kijken diep in die van mij. Haar zware, diepe, rauwe stem is niet wat ik helemaal wat ik had verwacht bij deze pornoblonde vrouw.

Dan begint het me plotseling te dagen. Mijn blik gaat over haar gezicht en haar lichaam. Haar stem is niet bepaald vrouwelijk te noemen. Haar enkels zijn dik. Haar schouders zijn breed. Haar handen en armen gespierd. Op haar kin zijn hier en daar wat stoppels te vinden. Het pornoblonde haar is te stug en lijkt meer op een bos touw. Ik begin ineens te grinniken. Het is helemaal geen vrouw! Het is een kerel!
‘Natuurlijk!’ zeg ik nu ineens vrolijk. Ik typ de weddenschap in op de kassa en overhandig haar eh… hem het kaartje.

‘Was je jaloers?’ vraagt een collega die me aandachtig zat te bestuderen.
‘Wat?’ roep ik verontwaardigd uit. ‘Op die vent?’ Ik schud lachend mijn hoofd. ‘Natuurlijk niet!’
Toch kan ik een licht binnenpretje niet onderdrukken…

vrijdag 6 april 2012

Ik word geen sportvrouw van het jaar!


Ik loop al twee dagen rond met een gepijnigd gezicht. Ik kan niet normaal mijn glas drinken of vork vasthouden, want dan begint mijn hand als een bezetene te trillen. Lachend vragen mensen aan me of ik teveel heb gezopen, maar dat is deze keer niet het geval. Ook zitten op een stoel doet zeer. Mijn bilspieren heb ik ook aan een training gewaagd. Oorzaak: ik heb gesport.

Nee. Ik word echt geen sportvrouw van het jaar. Die prijs is echt niet aan mij besteed, maar zo af en toe sleep ik mezelf wel naar de sportschool en vind ik een toernooitje volleybal ook harstikke leuk. Nu had mijn nichtje Maxime mij gevraagd of ik met haar mee wil doen aan een tennistoernooi begin juli. Ik had van mijn leven nog nooit getennist en afgelopen week hebben we dat eens even gezellig met zijn tweeën geoefend.

Een dag eerder had ik ook al mijn kunsten in de sportschool laten zien. Het valt me dan ook altijd weer op dat die sportleraren er lol aan beleven dat je zuchtend, steunend en kreunend doet wat zij zeggen. Bij hen lijkt het zo gemakkelijk en gaat het zo soepel! En bij mij? Moeilijk, moeilijker, moeilijkst. Bij hem lijkt het alsof hij helemaal niet zweet. Bij ons kunnen de gezichten niet roder en loopt het zweet waar je het niet wilt hebben. Toch moet ik soms ook stiekem wel heel hard lachen…

‘Heupen omhoog,’ roept de leraar. Hij gaat al op zijn matje liggen.
Ik plof neer op het matje en doe na wat hij doet. Ik duw mijn heupen omhoog, zodat mijn kont de grond niet meer raakt. Ik zucht nu al van vermoeidheid en het moet allemaal nog beginnen. Ik kijk naar het podium waar de leraar soepel zijn rechterbeen omhoog en naar beneden beweegt.
‘Dit is goed voor je bilspieren! En één, twee, drie, vier,’ roept hij hard.
‘Nee hè,’ zucht ik puffend.  ‘Het lijkt meer op droogneuken,’ mompel ik tegen mijn buurvrouw, terwijl we allebei naar de leraar kijken die soepel zijn heupen omhoog en naar beneden duwt.
We schieten in de lach. Het lukt maar slecht. Ik zie er meer uit als een hulpeloos schaapje die op zijn rug ligt. Niet bepaald sexy en soepel, maar als hij zegt dat het ergens goed voor is, zal het wel ergens goed voor zijn!

En datzelfde geldt voor het tennisavontuur. Ik moet dan wel lachen om mijn nichtje. Dan roept ze af en toe dat ik een uitstekende backhand heb en soms een goede opslag. Wonder boven wonder pak ik heel soms een bal die op miraculeuze wijze ook nog weer terug het net over vliegt. Terwijl ik eigenlijk gewoon maar wat doe. Dat toernooi komt met ons tweeën echt wel goed. Ik ben alleen wel een beetje bang dat ik na zo’n hele dag tennissen al mijn spieren zal voelen. Dat wordt een week lang alleen maar op de bank zitten. Drinken door een rietje en gevoerd worden door mijn moeder. Ach… Dat hebben we er wel voor over! Wij slepen die eerste prijs wel in de wacht.

donderdag 29 maart 2012

Stilte in de stiltecoupé?


Bron: Google

Ik verlang heel erg naar iets op dit moment. Rust! Man oh man, wat een ellende die tentamenweek. Leuk hoor dat de school alle tentamens in één week hebben gepropt. Ben je klaar met de een, zit je alweer met je neus in de boeken voor een andere. En dan is zo’n stiltecoupé in de trein ook best wel heel erg ideaal…

Het rare is hè, dat wanneer ik dus geen tentamens heb, ik daar ook mijn verhalen door de coupé schreeuw met mijn vriendinnen. Dan trek ik me dus absoluut niets aan van dat mannetje met zijn mini brilletje en zijn vinger op zijn lippen. Hij fronst dan kwaad met zijn wenkbrauwen. Wij halen onze schouders op, praten iets zachter om vervolgens weer keihard in lachen uit te barsten. We kijken hooghartig terug als iemand ons dan kwaad aan zit te kijken.

Nu ben ik eventjes – heel even – van gedachten veranderd. Zo’n stiltecoupé is best lekker als je even nog je tentamenstof wilt doorkijken. Je wordt niet afgeleid… Tenminste. Dat is de bedoeling. Iemand die in één minuut tien keer zijn neus ophaalt is irritant. En ja, ik heb het echt geteld. En van iemand die als een bezetene aan het hoesten is, schrik je ook op uit je lesstof.
Mijn aandacht wordt niet veel later getrokken door twee jonge mensen die vlakbij gaan zitten. Ze praten zeer uitgebreid over hun weekend. Op zo’n manier dat je automatisch gaat meeluisteren. Hun schaterlachen werken aanstekelijk. Wanneer het meisje zegt dat ze met haar rijinstructeur tijdens rijles een nieuwe auto ging uitzoeken, schoot ik in de lach. Ze keken me aan alsof ik gek was. Tja, het was er verder stil. Dan valt het wel op als iemand ineens hard begint te lachen. In geuren en kleuren vertelde ze even later dat ze ruzie in de kroeg had gehad met een vrouw in de dertig. Ik quote: 'Dat wijf was niet goed wijs! Ze heeft een keer een beurt van een olifant nodig!' Tja… als je die dingen hoort, dan kun je niet van mij verwachten dat ik nog kan leren…

En dan heb ik het nog niet eens gehad over mensen met luide muziek in hun oren. Mensen die heel hard telefoneren. Dat die persoon niet naast je zit, betekent niet dat je hard moet schreeuwen hoor… Of ben ik nou zo’n oude zeur geworden? …

vrijdag 23 maart 2012

Tragische eendenmoordenaar


Bij gebrek aan eendjes: madeliefjes!
Gek is dat, hoe een plotseling mooie lentedag, zoveel invloed kan hebben op ons Nederlanders. Er is geen vuiltje aan de lucht. Iedereen is vrolijk. Mensen gaan naar buiten. Ze laten hun gezicht zien en glimlachen: de zon is er weer! Eindelijk, na al die maanden als een pissebed onder een steen geleefd te hebben komen we weer tevoorschijn uit onze schuilplaatsen. Er zijn zelfs mensen die de auto laten staan en op de fiets gaan (Daar hoor ik overigens niet bij).

Vorig jaar was het ook heel vroeg lente. Heerlijk was dat. Zo schattig om veulentjes, lammetjes, kalfjes en kleine eendjes te zien! Van eendjes word ik normaal gesproken altijd erg vrolijk. Kinderachtig ja, ik weet het. Eerst zie je al die eendenstelletjes. Een paar maanden later is die vent van een eend nergens meer te bekennen. Zijn schattige kindertjes achterlatend! Ik heb er een zwak voor. Zo schattig hoe die kleintjes altijd achter hun moeder aanwaggelen. Toch heb ik er ook een soort trauma aan over gehouden. Ik heb vorig jaar een moeder eend doodgereden. Haar jonkies, plotseling wees…  Net als al die hazen die ik van het winter heb aangereden… Maar die buiten beschouwing gelaten. Het was verschrikkelijk!

Dus bij deze beloof ik voor de toekomstige mini eendjes: ik ga jullie moeder niet doodrijden. Dat ga ik in ieder geval proberen… Dan moeten jullie mij beloven niet zomaar de weg over te gaan. Anders is het helaas soms onvermijdelijk. Zo’n pijnlijke dood als de moeder eend van vorig jaar, wil ik jullie besparen. Hoe dat kwam? Ik was druk aan het meezingen met een liedje op de radio. In de uithaal kneep ik heel even mijn ogen dicht. Midden in de uithaal opende ik ze weer en zie ik ineens moeder eend met vijf of zes kleintjes de weg over lopen! Ik trapte vol op de rem. Echt vol op de rem. Vlak voor die eendjes hoopte ik stil te staan, maar dit werd hem niet. Tergend langzaam reed ik eroverheen.  Ik hoorde nog net niet de botjes kraken. Ook hoorde ik de kleintjes niet gillen van verdriet. Ik vind het erg. Ik schaam mij diep. Bij deze beloof ik jullie moeders dit jaar niet dood te rijden… Als jullie beloven niet zomaar de weg over te lopen!

zaterdag 17 maart 2012

De 4 grote laptop rouwfases

Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: mijn laptop is naar de sodemieter. Een vreselijk gemis. Alsof je hart eruit wordt gerukt. Al het bloed trekt weg uit je gezicht. Je voelt je slap, ziek en misselijk. Het is je leven… ergens.

Er zijn een aantal fases die je doorloopt in zo’n rouwproces.
Fase 1: ontkenning. 'Het valt vast wel mee!' riep ik uit. Ik drukte een paar keer op wat knoppen. Mijn beeld werd zwart. Twintigtal schermpjes met rode kruisen vulden mijn scherm. Ik drukte de laptop uit en startte hem opnieuw op. Resultaat: weer een zwart beeldscherm en weer twintig kruisen.
Fase 2: woede. 'Verdomme!' vloekte ik. Ik keek naar het ding. Mijn bestanden waren nergens meer te bekennen. Ik pakte het zware ding op en wilde hem héél even uit het raam gooien. Waardeloos rotding. Ik werd kwaad op mezelf. Waarom sla ik nooit alles ergens anders op. Waarom, waarom, waarom…
Fase 3: depressie. Ik zakte in elkaar van verdriet. Met gebogen schouders liep ik met het ding naar de ICT-afdeling op school. Ik had tranen in mijn ogen. 'Al mijn foto’s, bestanden en mogelijke meesterwerken,'  zei ik tegen de twee mannen. Ze keken me aan alsof ik gek was. 'Sorry,' piepte ik. Overdrijven is ook een vak.
Fase 4: acceptatie. Ik legde me er bij neer. De mannen van ICT waren druk bezig met het zoeken naar een oplossing. Ik keek naar mijn oude, vertrouwde laptopje. Even werd ik kwaad, maar dat drukte ik vlug de kop in. Ik kon er nu toch niets meer aan doen. Ik moet het accepteren. Weg is weg en als ze wat kunnen redden is dat alleen maar mooi.

Uiteindelijk ben ik de mannen van ICT-Windesheim ontzettend dankbaar. Ze hebben uitgelegd wat er gebeurt is met mijn laptopje. Spam in de vorm van een soort virus. Heel gemeen. Mijn bestanden hebben ze na driekwartier weten op te sporen. Een grote zucht van opluchting volgde. Nu opnieuw Windows installeren en hopen dat hij dan weer naar behoren werkt. Ik kan je deze tip meegeven: sla alsjeblieft alles op. Die rouwfases zijn te slopend. Zelfs voor een simpel, vierkant ding. 

vrijdag 9 maart 2012

Orka? En nou serieus?

‘Wat wil je later worden?’ vroeg een vriend van mijn oom aan me toen ik klein was. Hij verwachtte elk antwoord. Van kapster tot aan dierenarts of zangeres. Mijn antwoord verwachtte hij niet.
‘Orka,’ zei ik vol trots. Een beetje verlegen keek ik de man aan.
De man keek van mijn oma naar mijn moeder en naar mijn oom. Ze haalden hun schouders op en knikten allemaal. Het klopte. Ik had het in mijn hoofd gehaald dat ik een dier wilde worden. Van alle beroepen op de hele wereld, wilde ik orka worden. De man begon te lachen en knikte.
‘Goed dan. Dat zijn hele mooie beesten!’
En dat wist ik donders goed. Ik was een jaar of vier. Ik had de film Free Willy gezien met mijn oudere broer en zus. En sindsdien wilde ik niets anders meer. Daarvoor was het kapster, treinconducteur en buschauffeur.  En nu orka. Wist ik veel! Ik wilde de hele dag zwemmen met mijn orka-vriendjes!

Ik heb het nog jaren erg gevonden dat ik niet kon worden wat ik echt wilde. Ik zei later tegen mijn vriendjes op de basisschool dat ik nog altijd orka wilde worden, ook al wist ik dat het niet kon. Het leek me gewoon geweldig! Die mening verdween snel toen ik inzag dat het ook een moordlustig beest was. Hij vrat alles op en was helemaal niet zo lief meer…

Nu ben ik een paar jaartjes ouder. Tijdens verjaardagen vraag ik snel aan kleine kinderen wat ze willen worden. Meestal verbazen de antwoorden me niet. De een roept dat ze prinses wil worden en laat haar roze muiltjes zien. De ander roept voetballer. Vervolgens sta ik een uur met een bal en een klein kind te spelen. Laat ik alle ballen door en juich als de kleine jongen scoort. Nu was ik laatst ook op een verjaardag. Een klein jochie was druk aan het spelen. Op gegeven ogenblik komt hij op me af lopen. Nieuwsgierig staart hij me aan.
‘Wat wil je worden?’ vraag ik dan aan hem.
‘Operationeel foodmanager,’ antwoordde het jochie van amper drie jaar.
‘Leuk…’ antwoord ik verbijsterd met mijn mond vol tanden.

Die had ik dus niet zien aankomen...