woensdag 27 juni 2012

Keuzes maken (Stellingwerf 27-6-2012)


Vandaag lag hij weer op de mat. De Stellingwerf. Met mijn kop er in (ha ha). Ondanks die verschrikkelijke foto, wil ik het jullie toch laten lezen :). 

See you next time!



donderdag 14 juni 2012

Wat als...


(Google)

Nu sta je nog vol in het leven. Verliefd op hem. Hij wordt de man van je kinderen. Hij wordt de man met wie je alles gaat delen. Maar wat als je in je verleden een andere keus hebt gemaakt. Je hem hebt ontmoet, maar hebt hem laten staan. Je hem nu alleen nog maar kent als iemand die ‘wel eens op een feestje is?’ Iemand die geen deel meer uitmaakt van je leven. Hoe zouden dan de dingen zijn gelopen? ...

Tien jaar later
‘Fijne dag vandaag, schat,’ zeg ik liefkozend tegen mijn verloofde. Ik geef hem een kus op zijn mond. Met zijn aktetas in zijn hand kijkt hij me glimlachend aan.
‘Bedankt nog,’ zegt hij en wijst dan op zijn pak.
Ik heb hem geholpen met het uitkiezen van zijn pak voor zijn speciale afspraak vandaag, omdat ik daar de beste in ben. Hij loopt weg, maar blijft nog even voor de spiegel staan om zijn haar goed te doen. IJdeltuit dat hij is. Niet veel later zie ik de grijze BMW wegrijden.

‘Ga je mee?’ zeg ik tegen ons kleine meisje. Ik pak haar uit de box en zet haar in de wandelwagen. ‘Het is tijd voor ons dagelijkse blokje om.’
 Fluitend loop ik door het park. Ik praat tegen mijn meisje en liefkoos haar. Als we ons rondje gedaan hebben, lopen we terug richting huis. Onderweg steken we nog even bij de supermarkt aan. Ik pak een paar dingen voor het avondeten en loop dan richting de kassa.

‘Heb je dat gehoord?’
‘Wat?’
‘Die rijke vent van een paar huizen verderop? Met die BMW?’
‘Je bedoelt Thomas?’
‘Ja. Die doet het met zijn schoonmaakster!’
‘Die slet…’

Van schrik laat ik het pak melk vallen. Ik sta te trillen op mijn benen. De vrouwen kijken verbaasd om en staren in mijn richting. Ik zie het meteen in hun ogen. Ze weten dat ik de vrouw van Thomas ben. Ze weten het. Ik zie het. De één fluistert iets, maar ik hoor het niet. Ik staar naar de melk onder mijn voeten. Er komt meteen een vakkenvuller aanlopen die de boel netjes opruimt. Als verdoofd loop ik naar de kassa. Ik reken de spullen af en loop dan naar buiten. Ik hoor niet hoe Alice in de kinderwagen huilt. Ik staar als verdoofd naar de grond. Dit kan toch niet waar zijn?

Ik duw de kinderwagen terug naar huis. Ik kijk niet op of om. Ik loop zo snel als ik kan.
‘Hé! Ben jij niet…’ hoor ik dan. Ik kijk op en val van de ene verbazing in de nadere.
‘Hallo!’ roep ik uit. Ik laat de kinderwagen los om mijn vroegere jeugdliefde te omhelzen. ‘Wat doe jij nou hier?’
Hij glimlacht een tikkeltje verlegen. ‘Ik ben op zoek naar werk. Mijn bouwbedrijf heeft me eruit geschopt. Ik heb gehoord dat hier werk was.’
‘Wat leuk om je te zien! Jeetje. Wat zie je er goed uit!’
‘Jij ook!’ zegt hij glimlachend. ‘En een kind? Ben je getrouwd?’
‘Dat was ik,’ zeg ik plotseling weer woedend.
‘Oh jee…’ mompelt hij zacht. ‘Nou, misschien kunnen we een keertje wat afspreken?’
‘Dat lijkt me leuk,’ antwoord ik zacht.

En zo blijkt het dat sommige dingen ‘meant te be’ zijn. Soms kun je nog zo’n drastische keuze maken, maar komt uiteindelijk alles weer op zijn pootjes terecht… En is de man van vroeger, ook degene die je hart altijd terugvindt in de storm en hem weer maakt, zoals hij was.  

woensdag 6 juni 2012

Eerste column is een feit!

Ik ben best wel een beetje trots op mezelf. School loopt lekker, er is geen vuiltje aan de lucht en ik heb mezelf vandaag voor het eerst echt in de krant zien staan! Niet met de mededeling dat ik geslaagd ben of iets dergelijks, maar echt met mijn eigen productie. Mijn eerste column is de plaatselijke Stellingwerf. Tja, ik krijg er toch wel een beetje rode wangetjes van... 

Hier de column:
(let maar niet al te veel op de foto... :P hihi.)

maandag 4 juni 2012

Ik: EK voetbalvrouw


WK 2010: Ik gehuld in oranje en de befaamde vuvuzela!

Oeps… tijdje geleden alweer. Ik ben razend druk met school (tentamens – bah), mijn beginnende carrière als columnist bij de Stellingwerf (haha J) en de daarbij horende stukjes. Nu weer een nieuwe blog.


Ik: EK voetbalvrouw
Bier – check. Wijn – check. Borrelnootjes – check. Chips – check. Televisie die het doet – check. Bavaria V-dress – check. Oranje slingers – check.  Troostvoedsel (als we verliezen, wat we natúúrlijk niet doen) – check.
Ik geloof dat ik er wel klaar voor ben. Je wordt inmiddels doodgegooid met reclamespotjes over de Bavaria V-dress, de Heineken t-shirts, het Tuc “Oeh!” kussen en ga zo maar door. Dan heb ik het nog niet eens over die nieuwe soort Wuppies van de C1000! En weet je? Ik vind het niet erg. Ik word er vrolijk van. Ik ben helemaal niet zo’n voetballiefhebber, maar als het EK of het WK aan de gang is, zit ik voor de buis gekluisterd.

Ik kan me nog goed herinneren hoe ik twee jaar geleden op stage smeekte of ik eerder naar huis mocht. Op die manier kon ik de tweede helft van de wedstrijd nog zien. En wie was er twee jaar geleden zo stom om een sollicitatiegesprek te plannen, tijdens een wedstrijd van Nederland! Juist ik. In de auto heb ik de zender opgezocht waar de wedstrijd in geuren en kleuren verteld werd. Geweldig. Dat was haast nog spannender dan echt life voor de televisie. Bijna ongelukken op de weg, omdat ik zo’n beetje opsprong bij elk stemgeluid van de commentator. “En daar komt Robben… Oh Robben. Robben… ROBBEN! Nee, jammer. Net er naast.” Verschrikkelijk spannend. En nu ik toch bezig ben herinneringen op te halen… Met een bus vol naar de Kuip in Rotterdam om daar op groot scherm te zien hoe Nederland Japan versloeg. Heerlijk! Daarna lekker feestvieren met Wolter Kroes zijn Viva Hollandia hit. Aan alles kwam helaas ook een eind… De finale. Het verdrietige moment. Nederland – Spanje. God, wat heb ik daar zitten nagelbijten. Het duurde zo lang! En dan op het eind. De nederlaag. En nog steeds vind ik het niet terecht dat die rot Spanjaarden (hoe knap ze ook zijn) hebben gewonnen. Alleen ben ik zo’n type die vijf minuten baalt en dan lacht om alle jongens die bijna moeten huilen en de rest van de avond chagrijnig zijn.

Nu is het weer zo ver. We gaan we er weer voor. We hebben een verschrikkelijk slecht programma voor ons. De poule des doods… maar ik voel dat we er uit komen. En als ik zeg dat we eruit komen, komen we er uit! Die Duitsers? Makkie! We verslaan ze gewoon! De Portugezen? Pussy’s. De Denen? Helemaal ‘iesie-piesie’. We kunnen het. Ik voel het. Straks, gewapend met bier, wijn, chips, andere lekkernijen en mijn Bavaria V-dress gaan we het gewoon doen. Who’s with me?

woensdag 16 mei 2012

De waarheid achter mannen


Je hebt machomannen, lieve mannen, verlegen mannen, nerd mannen en borsten- en billen mannen. Ik heb daarentegen hèt bewijs dat mannen ook op andere dieren lijken! Serieus, ik maak geen grapje. Echt niet alleen op honden, zoals ze weleens zeggen: “U lijkt zo op uw hond! Diezelfde mooie bos krullend haar!” Nee, er is meer... Ik heb er een aantal op een rijtje gezet. Op basis van eigen onderzoek.

Leeuw: Koning van de jungle. De heerser der heerser. De mannetjesleeuw is met zijn grote, dikke manen een prachtige verschijning. In het mensleven wordt dit vertaald naar een man die: egocentrisch is, brult maar niet bijt, een ‘pack’ vrouwen wil en alles grijpt wat hij maar grijpen kan.  Hij is onbetrouwbaar en lui. Zijn vrouw moet al het werk doen. Hij ligt lui met een biertje op de bank wat voor de tv voetbal te kijken. Terwijl die arme vrouw zijn stinkende onderbroeken kan opruimen. Varken: We kennen het varken door zijn lekkere varkenskarbonaadjes en zijn grappige geknor. Een man als varken is simpelweg een walgelijk figuur. Zo eentje die zijn eigen snot opeet, lacht om zijn eigen scheten – en dan nog een hardere laat – en iemand die nog nooit van sporten en gezond eten heeft gehoord. Het is een mopperkont en hij is nooit tevreden. In bed denkt hij alleen maar aan zijn eigen pleziertjes. De daad houdt hij waarschijnlijk met moeite vijf minuten uit. Dan rolt hij vermoeid van haar af en moet eerst even bijkomen.
Wolf: Een schuchter, maar mooi beest. Vals, maar toch aantrekkelijk. Zo zijn deze kerels ook. Deze mannen hebben een goddelijk lichaam en dat weten ze. Toch houden ze zichzelf een beetje op de achtergrond, wat hen extra interessant maakt. Ze zoeken niet echt de aandacht op. Pas wel op met deze mannen. Af en toe kunnen ze wel vals uit de hoek komen en is ineens je hart gebroken!
Gorilla: Een sterke, grote en imponerende aap. Deze categorie mannen kun je vergelijken met breedgeschouderde rugbyspelers. Ze schreeuwen om aandacht. Lachen het hardst om hun eigen grappen. Lopen in kroegen alsof ze hét mannetje zijn. Heeft hij een vriendin, dan beschermt hij haar met zijn leven. Komt iemand te dicht in de buurt? Maak dan maar dat je weg komt.
Hond: Je hebt honden in verschillende maten en soorten. Ik neem nu even de labradorpuppy als voorbeeld. Ontzettend schattig! Deze mannen? Ook ontzettend schattig! Maar pas op. Schijn bedriegt. Als je even niet kijkt, laten ze de wc-bril omhoog staan en vergeten ze hun grote boodschap door te trekken. Door hun onschuldige glimlach, komen ze er mee weg. Ze flirten met anderen, al bedoelen ze het misschien niet kwaad. Ze zijn nog jong en speels. Ze moeten nog een heleboel leren… Honden likken trouwens hun eigen ballen schoon. Ik mag hopen dat deze mannetjes dat niet doen.
Kakkerlak: Het is een vieze, ranzige vent die niet weet hoe de douche werkt. Het is zo’n type die tot zijn 50e bij zijn moeder inwoont en op zijn kamer huilt omdat hij geen vriendin kan krijgen. Op datingsites is het zo’n vies mannetje. Maar wacht eens tot hij in de buitenwereld komt! Dan ontpopt hij zich tot een ware kakkerlak: het verpesten van andermans humeur. Je zou ‘m het liefst willen doodtrappen.

Herkenbaar?

dinsdag 8 mei 2012

Bejaarden aan de social media!


´Weet je nog? Die Henk die vroeger de bakkerij had?’
‘Ja, die gaat nu met… Toe nou. Hoe heet ze… Jetje?’
‘Ja, klopt! Dat las ik op Facebook! Allemaal foto’s van hen tweetjes erbij.’

De twee vrouwtjes zitten giechelend als een stel schoolmeisjes naast elkaar in de trein te roddelen over Henk en Jetje. Parmantig zitten ze op de blauwe treinstoelen. Hun grijze haar stijlvol naar achteren gekamd. Een klein, rond brilletje pronkt op hun neus. Ik zit naar twee lieve, schattige omaatjes te kijken, maar blijkbaar zijn ze behoorlijk van deze tijd.

‘Ga jij nog steeds naar die leesclub?’ vraagt de één aan de ander.
‘Zo af en toe,’ knikt het oude dametje instemmend. ‘Toch lees ik nu meestal op de e-reader. Ideaal zo’n dingetje. Ik kan het scherm met mijn vingers groter maken. Dan kan ik die verrekte letters tenminste lezen,’ giechelt ze.

De vrouwtjes glimlachen elkaar toe. Het is net alsof ze weten dat ik ze zit af te luisteren. Ik zit er echt met mijn oren te klapperen. Ondanks dat ze Twitter uit spreken als twieter en e-reader als ie-rieder… blijft het een grappige gewaarwording. Ze lijken ongeveer net zo oud als mijn eigen oma. Toch wel ergens midden in de 70. Mijn oma snapt dan nog wel dat er internet bestaat en dat je berichtjes naar elkaar kunt sturen, maar je moet tegen haar echt niet over Facebook of Twitter beginnen. Dan kijkt ze je met glazige ogen aan en wil ze dat je het uitlegt, maar dat is ook niet heel gemakkelijk. Deze twee vrouwtjes zouden zo in “Benidorm Basterds” kunnen figureren. Als ze nou ook nog eens gingen praten over de nieuwste dildo’s en vibrators was ik opgesprongen uit mijn stoel en had ik ze eens goed aangekeken. Are you serious?

De vrouwtjes staan op van de treinstoelen en lopen de trein uit. Ik loop nog altijd een beetje beduusd achter ze aan. Buiten pakken ze elkaar bij de arm. Bij het poortje van de OV-chipknip blijven ze staan om uit te ‘tsjekken’. Geen moeilijke blikken of vraagtekens boven hun hoofden. Ze zijn meegegroeid met de tijd. Daar neem ik toch ook wel mijn petje voor af.

woensdag 2 mei 2012

Mooi rood is niet lelijk


Van: Google

Ik heb een keer geluk! Althans, als ik de Viva (Nr. 18) mag geloven. Mensen die mij kennen weten dat ik een relatie heb met een jongen die rood haar heeft. En laat dat nou eens de reden zijn dat ik geluk heb. We weten allemaal dat roodharige mensen vroeger gepest werden. De woorden vuurtoren en rooie zijn zeker niet zeldzaam. Maar er is een nieuw tijdperk op gang aan het komen. Roodharige mannen worden meer en meer bewonderd en zijn steeds meer in trek bij de vrouwtjes. En wat maakt ze dan wel zo speciaal?

Volgens het artikel zijn het echte bikkels. Onderzoek heeft uitgewezen dat ze een hogere pijngrens hebben dan andere mannen. Dus: ‘Schat… ik ben ziek. Volgens mij ga ik dood,’ gaat niet op volgens het artikel. Een ander gegeven is dat ze langer jong blijven. Ze worden namelijk niet grijs! Het wordt eerst zandkleurig en dan wit. Tja, ze blijven dus ook niet hun hele leven rood. En het feitje waarbij alle roodharige mannen waarschijnlijk een gat in de lucht springen: ze hebben meer seks. Tada! Hallo voordeel! Deze mannetjes zijn waarschijnlijk net een stel duracel konijntjes bij elkaar! Ze houden nooit meer op.

Maar… in het artikel zeggen ze niet dat ze ook gewoon net zoals alle anderen mannen zijn. De illusie dat een roodharige man alleen maar geweldig en speciaal is, klopt dus niet... Het kan mij niet schelen dat ze niet grijs worden of dat ze een hogere pijngrens hebben. Ook deze mannen zijn zo af en toe varkens. Ze laten boeren, laten scheten en trekken zich soms nergens wat van aan. Ze drinken zich een slag in de rondte en wie kan er dan op ze passen en ze netjes mee naar huis nemen? Juist. De vrouw. En als meneer de volgende dag wakker wordt, is hij ineens niet meer zo’n bikkel… Al doen ze wel heel stoer. “Ik ben wel fit hoor!” Yeah right.

maandag 23 april 2012

Seks in de wachtkamer


Terwijl ik ongeduldig op een stoel in de psychologenpraktijk zit te wachten, staar ik eerst een paar minuten nietszeggend uit het raam. Ondanks de kou hebben zich een paar zweetdruppels op mijn voorhoofd gevormd na het harde fietsen. Driftig veeg ik ze van mijn voorhoofd en veeg mijn klamme handen af aan mijn broek. Ik zit op een gesprek met een therapeut te wachten die ik ga interviewen voor een artikel. Niets om zenuwachtig voor te zijn, maar wachtruimtes hebben nou eenmaal dat effect op mij.

Zo ben ik ooit in de wachtkamer van de dokter heel hard gaan lachen, juist omdat het er zo stil was. De man die voor mij zat had een rare tic met zijn oog. Die arme man kon er ook niets aan doen, maar het lachstofje bouwde zich steeds meer en meer in mijn buik op. Hij was constant naar me aan het knipogen, gevolgd door een zucht en gekreun. Ik ging er steeds meer opletten. Voor ik het wist begon ik eerst zachtjes te grinniken, om vervolgens heel hard te gaan lachen. Het moest er gewoon uit. Boze blikken alom. Ik een rood hoofd, maar een zacht gegiechel bleef nog wel een tijdje duren. Ik was blij toen ik werd opgeroepen door de dokter!

Nu zit ik ook nogal ongeduldig te wachten. Het is een komen en gaan van mensen, maar blijkbaar niemand die met mij een afspraak heeft. Uit verveling pak ik een tijdschrift van de hoge stapel naast me. Het is een tijdschrift uit het jaar nul, maar toch begin ik erin te bladeren. Mijn oog valt op een artikel: “99 manieren om je seksleven op te spicen,” staat er in grote letters boven. Nieuwsgierig geworden begin ik te lezen, tot ik op gegeven moment mijn naam hoor. Ik kijk op. De mevrouw met wie ik een afspraak heb zit me nieuwsgierig aan te kijken. Ik zie dat ze naar het artikel op mijn schoot kijkt. Haar glimlach verandert heel even in een soort afkeurende grimas. Ik begin rood aan te lopen. Ik gooi snel het blad terug op de stapel en stamel mijn naam.

“Het maakt niet uit hoor,” zegt ze dan glimlachend. Met haar priemende vinger wijst ze naar het tijdschrift. “We zijn allemaal jong geweest.”
Mijn mond klapt dicht. Ik kijk haar verbouwereerd aan en pers er een glimlachje uit, waarop ik knik. Ik durf niets meer te zeggen. Blijkbaar ben ik in haar ogen veranderd in een op seks beluste vrouw, in plaats van een serieuze journaliste in wording!

vrijdag 13 april 2012

De pornoblonde vrouw


Als de deur van de hal opengaat, wordt mijn blik er als een magneet naartoe getrokken. Ik zie een vrouw binnenkomen. Ze paradeert op haar torenhoge hakken van minstens 15 centimeter en haar pornoblonde haar hangt stijl over haar schouders. Ik staar haar aan en voel een misselijkmakende jaloezie opkomen. De mannen stoppen met datgene wat ze aan het doen waren en bekijken haar van top tot teen. Het liefst spring ik op en neer en wil ik gaan gillen: ‘Kijk ook eens naar een brunette!’
De vrouw loopt parmantig door de hal. De mannen blijven haar nastaren als ze zien dat haar rokje aan de korte kant is. Het bedekt net haar kont, maar het is al te laat. De mannen beginnen als hongerige wolven te janken. Het kwijl loopt langs hun mondhoeken naar beneden.
‘Walgelijk,’ mompel ik.

Ze ziet mij achter de kassa van de paardenraces zitten en komt naar me toegelopen. Met een hooghartige blik staart ze me aan. Als een vent staar ik naar haar tieten, die zo’n beetje in mijn gezicht gedrukt worden. Haar te zoete parfum prikkelt vervelend in mijn neus. Ik haal mijn neus op en kijk haar een tikkeltje arrogant aan.
‘Kan ik u helpen?’ vraag ik een tikkeltje kortaf. Ik probeer te glimlachen, maar het lukt niet.
‘Ja,’ zegt ze.

Haar stem verbaast me. Ik kijk op en bestudeer haar gezicht wat beter. Alles lijkt ineens nep aan haar. Haar felrood gestifte lippen zijn volgespoten met botox. Haar wenkbrauwen zijn met potlood in een vreemde boog getekend. Haar metallic oogschaduw is het ooglid voorbij gedenderd en zit ook op haar slaap. Haar tieten die mij zo’n beetje in het gezicht gedrukt worden, lijken nep. Ik frons verbaasd mijn wenkbrauwen en kijk haar afwachtend aan.
‘Ik wil graag op paard vijf gokken,’ zegt ze dan. Haar blauwe kijkers kijken diep in die van mij. Haar zware, diepe, rauwe stem is niet wat ik helemaal wat ik had verwacht bij deze pornoblonde vrouw.

Dan begint het me plotseling te dagen. Mijn blik gaat over haar gezicht en haar lichaam. Haar stem is niet bepaald vrouwelijk te noemen. Haar enkels zijn dik. Haar schouders zijn breed. Haar handen en armen gespierd. Op haar kin zijn hier en daar wat stoppels te vinden. Het pornoblonde haar is te stug en lijkt meer op een bos touw. Ik begin ineens te grinniken. Het is helemaal geen vrouw! Het is een kerel!
‘Natuurlijk!’ zeg ik nu ineens vrolijk. Ik typ de weddenschap in op de kassa en overhandig haar eh… hem het kaartje.

‘Was je jaloers?’ vraagt een collega die me aandachtig zat te bestuderen.
‘Wat?’ roep ik verontwaardigd uit. ‘Op die vent?’ Ik schud lachend mijn hoofd. ‘Natuurlijk niet!’
Toch kan ik een licht binnenpretje niet onderdrukken…

vrijdag 6 april 2012

Ik word geen sportvrouw van het jaar!


Ik loop al twee dagen rond met een gepijnigd gezicht. Ik kan niet normaal mijn glas drinken of vork vasthouden, want dan begint mijn hand als een bezetene te trillen. Lachend vragen mensen aan me of ik teveel heb gezopen, maar dat is deze keer niet het geval. Ook zitten op een stoel doet zeer. Mijn bilspieren heb ik ook aan een training gewaagd. Oorzaak: ik heb gesport.

Nee. Ik word echt geen sportvrouw van het jaar. Die prijs is echt niet aan mij besteed, maar zo af en toe sleep ik mezelf wel naar de sportschool en vind ik een toernooitje volleybal ook harstikke leuk. Nu had mijn nichtje Maxime mij gevraagd of ik met haar mee wil doen aan een tennistoernooi begin juli. Ik had van mijn leven nog nooit getennist en afgelopen week hebben we dat eens even gezellig met zijn tweeën geoefend.

Een dag eerder had ik ook al mijn kunsten in de sportschool laten zien. Het valt me dan ook altijd weer op dat die sportleraren er lol aan beleven dat je zuchtend, steunend en kreunend doet wat zij zeggen. Bij hen lijkt het zo gemakkelijk en gaat het zo soepel! En bij mij? Moeilijk, moeilijker, moeilijkst. Bij hem lijkt het alsof hij helemaal niet zweet. Bij ons kunnen de gezichten niet roder en loopt het zweet waar je het niet wilt hebben. Toch moet ik soms ook stiekem wel heel hard lachen…

‘Heupen omhoog,’ roept de leraar. Hij gaat al op zijn matje liggen.
Ik plof neer op het matje en doe na wat hij doet. Ik duw mijn heupen omhoog, zodat mijn kont de grond niet meer raakt. Ik zucht nu al van vermoeidheid en het moet allemaal nog beginnen. Ik kijk naar het podium waar de leraar soepel zijn rechterbeen omhoog en naar beneden beweegt.
‘Dit is goed voor je bilspieren! En één, twee, drie, vier,’ roept hij hard.
‘Nee hè,’ zucht ik puffend.  ‘Het lijkt meer op droogneuken,’ mompel ik tegen mijn buurvrouw, terwijl we allebei naar de leraar kijken die soepel zijn heupen omhoog en naar beneden duwt.
We schieten in de lach. Het lukt maar slecht. Ik zie er meer uit als een hulpeloos schaapje die op zijn rug ligt. Niet bepaald sexy en soepel, maar als hij zegt dat het ergens goed voor is, zal het wel ergens goed voor zijn!

En datzelfde geldt voor het tennisavontuur. Ik moet dan wel lachen om mijn nichtje. Dan roept ze af en toe dat ik een uitstekende backhand heb en soms een goede opslag. Wonder boven wonder pak ik heel soms een bal die op miraculeuze wijze ook nog weer terug het net over vliegt. Terwijl ik eigenlijk gewoon maar wat doe. Dat toernooi komt met ons tweeën echt wel goed. Ik ben alleen wel een beetje bang dat ik na zo’n hele dag tennissen al mijn spieren zal voelen. Dat wordt een week lang alleen maar op de bank zitten. Drinken door een rietje en gevoerd worden door mijn moeder. Ach… Dat hebben we er wel voor over! Wij slepen die eerste prijs wel in de wacht.