donderdag 27 februari 2014

Oprotten!

Soms hoor je weer eens zo’n verhaal. Mensen komen in een straat te wonen en de treiterijen beginnen. Het begint met uitschelden. “Homo! Eikel!” of nog veel ergere dingen. Ze proberen het te negeren. Woorden maken geen schade aan je huis. Bakstenen wel. 

Op dag drie vliegt er een baksteen door de ramen. Hoofd gebogen, tranen van verdriet. Wat een ellende. Een nieuw huis moet toch een nieuw begin betekenen? Op dag vier vliegt de volgende baksteen door de ramen. Een briefje is aan de baksteen bevestigd. “Rot op!” staat er in hoofdletters op het briefje. De nieuwe bewoners zijn verdrietig. Wat hebben zij die mensen misdaan? Ze kennen die mensen helemaal niet.

Op dag vijf staan de nieuwe bewoners vol verbazing uit het raam te kijken. Voor hun huis is een demonstratie aan de gang. Tegen hun. De buren kijken woedend naar binnen. Ze heffen hun vorken en bezemstelen. Schreeuwen leuzen en vloeken. Walging op hun gezichten. De nieuwe bewoners voelen zich bedreigd. Het liefst vetrokken ze per direct, maar… dat gaat niet.


Het huis hebben ze van de gemeente toegewezen gekregen. En ja, ze hoopten op een nieuw begin. Een nieuwe start. Maar ze worden door alles en iedereen herinnerd aan hun daden. De enkelband om hun enkels. De woedende menigte voor hun huis. Het is duidelijk dat ze ziek zijn in hun hoofd. Daar zijn ze ook voor gestraft. Die kinderen waren onschuldig. Ze hadden het niet mogen doen. Ze worden in de gaten gehouden, maar willen ook graag in rust leven. Waarom zet de gemeente hen in een kinderrijke buurt met woedende ouders. Gek is het niet. Waarom zijn ze niet in de gevangenis gebleven. Waarom weten ze niet goed wat er mis is in hun hoofd? Wat kunnen zij doen? En nog belangrijker: wanneer gaat de gemeente er iets aan doen?

vrijdag 14 februari 2014

De keuze is reuze

Kon ik het maar zeggen! En tegelijkertijd hoor ik het met stomme verbazing aan. Ik denk koortsachtig na in de supermarkt of het de maaltijdsalade van drie euro met sla en wat kleine stukjes kip wordt of toch de salade met pasta, sla en stukjes kip van vier euro.

Een ‘knieperd?’ Soms misschien wel, maar niet als het over kleding of feestjes gaat. Dan ben ik mijn bankrekening ineens vergeten.
Een bankrekening met zes of negen nullen is wel een droom van mij. Mijn kledingkast volproppen met dure merken zoals Chanel of Prada. Meerdere tassen van Louis Vuitton, alsof het plastic zakjes zijn. En schoenen, heel veel schoenen van Jimmy Choo of Christian Louboutin. Tja, dromen mag. Hoewel de kleding van H&M of Zara in mijn ogen soms nog mooier is. Maar als je het kunt betalen, dan kun je ook kiezen. Ik wilde dat ik dan kon zeggen: “Ach, doe ze maar allebei!”

Nog niet zo lang geleden was ik op een feestje waar een meisje vertelde over haar baas. Hij is behoorlijk rijk en een groot autoliefhebber. In zijn garage heeft hij al een aantal Porsches staan, maar daar kon er nog wel eentje bij. Hij ging naar de garage toe en bekeek de auto’s in de showroom. Zijn oog viel op een blinkende witte Porsche, maar iets verderop stond nog eentje in het rood. Hij dacht even na en sprak toen de magische woorden: “Doe ze maar allebei…” 

Op het feestje zeiden we gekscherend dat wij dat soort dingen doen met chips of koekjes. Dan nemen we chips én koekjes. En heel misschien doen we het ook nog wel met twee leuke shirtjes of geurtjes, maar met auto’s? Dat zal niet zo snel gebeuren. Ik gun het de beste man van harte en stiekem droom ik ook van het moment dat ik zoiets kan zeggen. En dan geen Porsche, maar misschien wel twee of drie Jimmy Choo pumps van elk negenhonderd euro die ik dan dolgraag in mijn kledingkast laat staan, omdat ik ten eerste mijn enkels zal breken op die stelten van tien centimeter of hoger. En ten tweede: ze zouden maar vies worden.

woensdag 29 januari 2014

Verwend kreng!

Ik geef mezelf blijkbaar makkelijk bloot aan mensen die ik nog niet zo heel goed ken. Zo biechtte ik op de eerste schooldag van het hbo al tegen enkele klasgenoten op dat ik ‘best wel verwend ben’. Laatst werd dit nieuwtje opgerakeld en schudde ik ongelovig mijn hoofd. Heb ik dat toen echt gezegd?
En het was waar. Ik had verteld dat ik maar de helft van mijn auto had moeten betalen, mijn ouders de andere helft. Nu zou ik dat niet zo snel meer op de allereerste schooldag vertellen. Gelukkig hadden mijn klasgenoten vrij snel in de gaten dat ik geen door en door verwend kreng ben. Af en toe ben ik wel wat impulsief en flap ik er blijkbaar dat soort dingen uit.
Ik krijg echt niet alles wat mijn hartje begeert en moet genoeg dingen zelf betalen. En dat mijn moeder zo lief is om voor mij doperwtjes warm te maken omdat ik geen witlof lust, is gewoon moederliefde. Het is niet zo dat ik vroeger per se merkkleding wilde, de duurste Barbies kreeg (ik kreeg meestal de goedkoopste Barbies, omdat ik kapster speelde en hun haren eraf knipte) of mijn ouders terroriseerde als een duivelsachtig kreng.

Normen en waarden zijn mij wel bijgebracht. Besef van geld ook. Ik heb nooit mogen klagen en dat doe ik nog steeds niet. Ik ben mij ervan bewust dat er mensen in Nederland zijn die niet zo ‘verwend’ leven als ik. En toch wil ik hier niet over liegen. Het heeft geen zin. Ik heb geen duivels karakter en weet goed het verschil tussen kwaliteit en kwantiteit. Ik koop graag kleren bij de Primark. En een leuk jurkje of blouseje van Marktplaats? Waarom niet? Soms zitten er nog hartstikke mooie dingen tussen! Waarschijnlijk zal ik later, als mijn inkomen het toelaat, mijn man en kinderen ook wel een beetje verwennen. Maar besef van geld bijbrengen is wel een van de belangrijkste dingen in het leven. Een Barbie van een tientje kun je net zo goed aankleden als eentje van vijftig euro. En als het kind er net als ik met een watervaste stift op gaat tekenen, doe dan die van een tientje maar…

zaterdag 11 januari 2014

Stallen van de koningin

Het jaar is voorbij gevlogen. Misschien ging het wel iets té snel. Als ik terugdenk aan allerlei gebeurtenissen, dan weet ik dat er heel veel leuke dingen tussen zitten. Speciaal voor jullie licht ik één speciale gebeurtenis eruit.

Aan het eind van 2013 mocht ik met het werk van mijn vriend mee als aanhangsel naar de stallen van de koning(in) in Den Haag. Hier staan de paarden die voor Prinsjesdag gebruikt worden, maar ook het paard Pascal van Beatrix staat er. De stallen zijn midden in Den Haag, omringd door grote, hoge muren zoals we die nog uit de Middeleeuwen kennen. Eenmaal door de poort, kwamen we terecht op een groot, vierkante binnenplaats. Het straalt meteen een zekere vorm van macht uit, maar de gids was heel ongedwongen en relaxed. “Maak foto’s, aai de paarden, vraag wat je wilt. Bijna alles mag.”
Ik ben een paardenstal gewend als een leuk, chaotisch rommeltje. Strootje hier, baal hooi daar. Spinnenwebben in de nokken van het dak. Er wordt bij een gemiddelde paardenstal misschien een à twee keer per week even aangeveegd, maar echt spik en span hoeft het niet te zijn. Het is geen woonkamer. Hier gaat dat wel anders. De paarden blinken, spinnenwebben? Wat zijn dat? En volgens mij wordt de betonvloer haast stof gezogen, zo schoon is het. Een kijkje in de tuigkamer leert ons dat het onbetaalbaar is. Eén werktuigje kost 15.000 euro. En al dat leer wordt door een fulltime tuigpoetser schoongehouden. Ik moet er niet aan denken 36 uur per week in een vierkant hokje tuig te poetsen.
Het hoogtepunt van de dag was de Gouden Koets. Tussen andere koetsen stond het grote ding daar te pronken. Hij weegt maar liefst 2500 kg. Met acht paarden voor de koets, lijkt het een makkie. In werkelijkheid zijn er maar twee paarden, meteen voor de kar, die de koets moeten trekken en ook weer moeten afremmen. Een behoorlijke klus waar ze de paarden ook heel goed voor moeten trainen.
Dat trainen gebeurt sowieso vijf keer per week, midden in Den Haag. “Er gebeuren ook wel eens kleine ongelukjes”, vertelt de gids. “Dan vliegt een auto ons voorbij, maar merkt hij iets te laat dat we niet met een tweespan rijden, maar met een zes- of achtspan. Of paarden die uit Friesland of Groningen komen en nog nooit van hun leven een tram gezien hebben. Je weet dat ze erop gaan reageren, maar de manier waarop merk je pas als je in de stad rijdt.” En zo zijn er nog wel tiental leuke feitjes op te noemen, maar die bewaar ik voor een andere keer. Het was in ieder geval een uitstapje die ik niet snel zal vergeten!


dinsdag 24 december 2013

Meeblèren tot je een ons weegt

Voor de één is het een absolute no-go. Voor de ander een feest van herkenning en sentiment. Ik ben nog maar 22 jaar, maar ik ben gaan houden van de Top2000 van Radio2. Ondanks de vele liedjes die ik verschrikkelijk vind, Franse chansons of rare melodietjes, heeft het iets. Voor zover ik mij kan herinneren, gaat de radio deze periode op Radio2. De krant met het overzicht van de 2000 mooiste liedjes ligt op de keukentafel. Als we een mooie horen, strepen we het liedje aan. 

Die moeten we even onthouden. En vervolgens verdwijnt hij na een week weer in de oud papier bak en moeten we weer een jaar wachten op datzelfde liedje. Vroeger wilde ik ook graag zelf op de bühne staan en voor mensen schitteren. Want er is mij ooit vertelt dat ik mooi kan zingen…

Ik geloof dat het in groep zeven was. We waren druk bezig met de voorbereidingen voor de musical. Ik kreeg een rol toebedeeld en daar hoorde ook een sololiedje bij. Doodeng vond ik het, maar na vaak geoefend te hebben, was daar het moment. Het ging ook best wel redelijk goed, maar een kindsterretje zat er voor mijn gevoel niet in. Tot er na de tijd meerdere ouders naar mij toe kwamen.
“Wat kun jij mooi zingen! Je moet meedoen aan Kinderen voor Kinderen!”
En dat heb ik nog jaren geloofd. Na een tijdje kreeg ik een microfoon voor bij de computer. Op die manier kon ik dingen opnemen en ben ik ook liedjes gaan zingen. En ik zal je heel eerlijk vertellen dat ik mijn billen samenkneep als ik mijn eigen stem terugluisterde.

Nu is je eigen stem altijd wel gek als je hem terugluistert, maar ik hoor echt wel wanneer het vals is of gewoon mwah… Dat was echt te vals voor woorden. Godzijdank heb ik het nooit op YouTube gezet. Nu beperk ik mij tot het meezingen in de auto, soms onder de douche of tijdens het uitgaan. En dan gaat de muziek gewoon extra hard, zodat ik niet te horen ben. En over een paar dagen gaat de radio in huis, de tv en in mijn auto op Radio2. En mocht je mij tegenkomen met mijn mond open? Dan weet je dat ik keihard aan het mee blèren ben! 

woensdag 11 december 2013

Oh doktertje toch

We hebben de Zwarte Piet discussie gehad, maar nu is er weer een nieuwe discussie opgestaan. Die van Dokter Corrie! Even kort samenvattend: een humoristisch, seksueel voorlichtend programma voor kinderen. BN’ers vertellen over hun eerste keer of over de vragen die zij als kind over seks hadden. Helaas gaat op veel scholen de televisie uit, omdat ouders bezwaar hebben gemaakt.

Ik wilde dat wij zo’n programma hadden om naar te kijken toen ik op de basisschool zat. Iedereen was een beetje voorzichtig met het onderwerp seks. Thuis werd niet veel over gesproken. Op de basisschool hebben we condooms onder de kraan gevuld met water tot ze knapten. Tampons deden we in plastic bekertjes met water en zagen hoe reusachtig ze werden. Vervolgens gingen we er puberaal met een rode stift op tekenen.
Het ging niet over de eerste keer. Er werd niet voorgelicht over vriendjes en wanneer het tijd is om hét dan ook daadwerkelijk te doen. In plaats daarvan mochten we wachten tot de derde klas van de middelbare school. Eindelijk kregen we serieuze voorlichting tijdens de biologieles van een lieve, maar veel oudere leraar die zeker zijn best deed, maar zijn leeftijd niet mee had.
In het biologieboek werd theoretisch vertelt hoe kinderen op de wereld kwamen en wat voor soorten anticonceptiemiddelen je had. Daarna werd er een dvd in de televisie gedrukt en keken we een half uur naar getekende poppetjes die seks hadden. Een heel fout voorlichtingsfilmpje die na vijf minuten al niet meer interessant was. In het filmpje ging het ook niet over masturberen, verliefd worden en wanneer het goed was om het wel of niet te doen. Dingen die je je als kind afvraagt, besprak je met vriendinnen die nog net zo groen waren als jij. Je ouders waren je ouders, daar ging je het dus niet aan vragen. Je haalde dingen van internet, zag dingen in series, maar echt goede voorlichting? Nee, dat is er nooit geweest.


Ik pleit voor het behoud van een programma zoals Dokter Corrie. Op humoristische wijze vertelt ze over verliefd zijn, hoe je moet tongen en je eerste erectie. Zou ze het op net zo’n droge en taaie manier vertellen als in de biologieles die ik gekregen heb, dan was het niet blijven hangen. Wees blij dat het programma kinderen laat lachen en taboes doorbreekt. Alleen op die manier onthouden kinderen het en voorkom je dat je twaalfjarige kind een baby ter wereld brengt in de wc tijdens het schoolreisje.

zondag 1 december 2013

Whisky verdooft alles

Treurig zet hij zijn glas whisky aan zijn lippen en neemt een kleine slok. Als de goudgele vloeistof in zijn keel sijpelt trekt hij zijn mondhoeken omhoog tot een flauwe glimlach. 

Hij staart de bar rond en laat de whisky in zijn glas ronddraaien. Met een zucht zet hij het glas opnieuw aan zijn lippen en neemt de laatste slok. Het brandt in zijn keel, maar hij voelt het niet meer. Zijn lichaam is al een paar dagen verdoofd van zijn gebroken hart. Ze had gelijk om hem te dumpen. Hij is een ongelofelijke eikel eersteklas. Nu ook weer zit hij aan de bar om zich heen te kijken en neemt hij vrouwen bewonderend in zich op om zijn hoofd vervolgens lamlendig af te wenden en te denken wat voor eikel hij eigenlijk is.

Met een klap zet hij het glas op de bar en staat op. Hij trekt zijn leren jasje aan en gooit een briefje van twintig op de bar. Zonder het wisselgeld af te wachten loopt hij naar buiten, de kou in. Aan zijn hand bungelt de helm van zijn motor. Achter de kroeg rookt hij in stilte een sigaret en zet dan de helm op zijn hoofd. Lenig gooit hij zijn rechterbeen over de motor en gaat zitten. Hij wil de motor aantrappen als hij iets bekends ziet staan in de verte. Even begint zijn hart in zijn keel te kloppen. Snel gooit hij die gedachte van zich af. Het is de whisky die met zijn hoofd speelt. Hij had niet zoveel moeten drinken. Toch zet hij de helm weer af.

Ze aarzelt als ze zijn bekende gestalte in de verte ziet. Thuis is ze wel tien keer naar buiten gelopen en vervolgens weer terug naar binnen. Het is niet verstandig wat ze gaat doen. Haar ouders hebben het haar afgeraden. Hij hoort niet bij haar. Hij bezorgt haar alleen maar meer verdriet en doet haar alleen maar meer pijn. Toch kan ze de liefde die ze voor hem voelt niet negeren. Hij met zijn mooie zwarte stekeltjeshaar en donkerbruine ogen. Zijn grote lichaam die haar altijd zal beschermen. Helaas heeft hij een ziekelijke liefde voor alles met tieten, maar verder is hij perfect. Perfect voor haar. Ze blijft stilstaan als ze hem op zijn motor ziet stappen. Ze slikt de brok in haar keel weg en weet even niet meer of ze hier wel mee door moet gaan. Ze loopt verder naar hem toe en blijft vlak voor hem staan. Hij kijkt haar treurig aan en zij voelt zich ineens oppermachtig. Ze kan hem maken of breken. Ze kan ineens alles met hem doen.

“Hoi”, zegt hij zacht. Van zijn stoere mannelijkheid is niets meer over.
Ze reageert niet en staat alleen maar voor hem.
“Heb je gedronken?” vraagt ze dan aan hem. Vernietigend kijkt ze hem aan.
“Een paar.”
Het blijft stil terwijl ze elkaar aankijken.
“Goed, dan eh… ga ik maar.” Ze draait zich om en loopt bij hem vandaan. Hij aarzelt even en gooit dan zijn helm op de grond en rent achter haar aan.
“Wacht”, zegt hij en pakt haar bij haar pols.
Met tranen in haar ogen kijkt ze hem aan. Hij aarzelt niet en zoent haar op haar mond. Ze beweegt niet, maar duwt hem ook niet weg.
“Ik wil jou oké?” zegt hij als hij zich van haar losmaakt. “Ik voel me al dagen ellendig. Ik kan niet slapen, niet denken en niet werken. Ik kan niets zonder jou. Ik ben een leeg omhulsel.”
“Hoe moet het dan?” roept ze uit. “Iedereen verklaart me voor gek dat ik nou juist op jou verliefd ben geworden.”
“We doen het gewoon. We moeten er iets van maken.”
“En al die paparazzi met hun fotocamera’s en rotvragen dan?’
“Laat ze in de stront zakken. Ik mag dan wel beroemd zijn, maar er is maar één vrouw voor mij en dat ben jij. “


En hij zoent haar opnieuw en dit keer zoent ze hem vol overgave terug. Ze vergeet de andere vrouwen in zijn leven en voelt zich de enige. De roddeljournalisten die in de bosjes hadden gelegen hebben alles gehoord. De volgende dag staat de Telegraaf bol van foto’s en op internet een kopie van flarden van hun gesprek. Het kan hun geen moer schelen. Uiteindelijk betekent geld voor hem niets zonder iemand waarmee hij het kan delen. 

woensdag 27 november 2013

Hanepoten, strepen en inktvlekken

Kun je je het nog voor de geest halen? Een papier met horizontale blauwe lijntjes en aan de linkerkant een rode lijn van boven tot onder. Alle woorden dansen op papier. De één netjes op het lijntje en de ander er weer net iets onder. Bij een leeg stuk tekst een vrolijk tekeningetje. De enige echte brief. Voor mij is het al jaren geleden dat ik er één geschreven heb. 

Vroeger had ik een penvriendin. We stuurden regelmatig brieven naar elkaar om te vertellen hoe saai school eigenlijk is en dat alle jongens stom zijn. Niks geen sms’je of e-mail. Zelfs boodschappenbriefjes eindigen in mijn telefoonnotities. Ik stuur alleen nog een handgeschreven ansichtkaart vanaf mijn vakantieadres en ik zet met een blauwe pen een handtekening onder de rekening van de H&M.

Natuurlijk is een sms’je stukken sneller en een e-mail ontzettend handig, maar een brief is eigenlijk wel stukken persoonlijker. Je zet de zinnen op papier, maakt fouten en probeert die netjes door te strepen, waardoor het alsnog een chaotisch rommeltje wordt. Je begint met schrijven, maar dan bedenk je dat je toch iets anders wil zeggen en verfrommelt het papier tot een grote prop. Op de grond liggen er nog een stuk of vijf. De brief is iets persoonlijks. Het is van jou. Met je eigen hanenpoten, gekke A’s en grappige hoofdletters. De brief telt ontzettend veel spelfouten, omdat het briefpapier geen rode lijntjes onder woordjes zet zoals Word dat doet. Vol spanning doen we de envelop in de brievenbus en moeten we wachten tot we antwoord krijgen. Na drie dagen kijk je hoopvol in de brievenbus en wie weet ligt daar wel een antwoord op je te wachten. Nu hoef ik echt niet in de brievenbus te kijken. Het enige wat ik daar kan vinden zijn rekeningen, folders of een boete voor te hard rijden. In de zomer heel af en toe een ansichtkaartje, maar de persoonlijke berichtjes moet ik toch via Facebook, e-mail, sms en Whatsapp krijgen… Maar eerlijk is eerlijk: zonder die moderne technieken waren we nergens!


woensdag 13 november 2013

Red mijn toekomst!

Ai, ai, ai… Ruim 500 banen verdwijnen bij Sanoma. De grootste in tijdschriftland. Hoe moet dat nou? 

Mensen lezen te weinig in het algemeen. Ja, we lezen vluchtig de koppen van Nu.nl of even vluchtig het gratis krantje in de trein, maar afgezien daarvan houden we ons tekstueel alleen bezig met Facebook, Twitter, Whatsapp en sommigen doen nog aan sms’en. Beseffen jullie wel dat als jullie daar niet onmiddellijk mee stoppen er nog meer banen verloren gaan? Ik ben gedoemd om voor elk tijdschrift een lidmaatschap af te sluiten. Ik probeer ze te redden! Zien jullie dat niet? Mijn bankrekening staat fors in het rood, maar ik doe het met een doel. Het is wel mijn toekomst…


Nee hoor, gekkigheid. Jullie hoeven niet allemaal een abonnement te nemen op een tijdschrift. Ik vind het al heel wat dat je de moeite neemt dit korte stukje tekst door te lezen. Toch maak ik mij ergens wel een beetje zorgen. Geen idee hoe de wereld er over anderhalf jaar uitziet, maar die tijd gaat zo snel. Ik kan mij nog als de dag van gisteren herinneren dat ik als kleuter vocht om een rode schep. Dat ging er heftig aan toe kan ik je vertellen. En nu, zo’n 15 jaar later, sta ik al bijna met knikkende knietjes op de arbeidsmarkt. Bedelend als een zwerver om een baan bij een tijdschrift. Smekend dat ze een soort X-factor in mij gaan zien. De tijden zijn veranderd met de komst van internet, maar ik hou hoop dat er ergens in die hele schrijverswereld nog een plekje voor dat meisje uit Nijelamer overblijft. En wie weet! Misschien eindig ik ook als arme sloeber in een café en haal ik van mijn laatste euro een kop koffie en schrijf ik een bestseller die mij net zo rijk maakt als de schrijfster van Harry Potter. Al lijkt het allemaal uitzichtloos, je mag nooit je dromen opgeven. Al probeer je het duizenden keren, het hoeft uiteindelijk maar één keer echt raak te zijn. 

zaterdag 9 november 2013

Neergeslagen

Bron: Pinterest.com


Ik weet het. Het is allemaal ontzettend oneerlijk. Het leven heeft zo zijn eigen manieren om je te laten struikelen en vervolgens te laten vallen. Het breekt je, het maakt je soms tot aan de grond kapot. Hoe groter je aan het worden bent, hoe harder je de grond kunt raken. Woorden snijden als messen in je ziel en maken nog meer krassen. Het is zo oneerlijk en het is onbegrijpelijk. Het woord ‘waarom’ blijft in je hoofd rondzingen en er is niemand die er een antwoord op durft te geven. Of kan geven.


Je denkt nu dat het nooit meer over zal gaan. De pijn, het verdriet en het verdrietige gevoel. Je denkt dat het allemaal in je hoofd rond blijft cirkelen en rond blijft gaan. Je denkt dat je nooit meer verder zou kunnen. Maar nu zoveel jaar later weet ik dat je het wel hebt gekund. Kijk toch eens naar de toekomst lief meisje. Wees niet zo verdrietig en blijf niet hangen in je verdriet. Het leven is oneerlijk en dat blijft het ook. En daarom is het aan jou om jezelf sterk te maken en het goede te doen. Daarom is het aan jou om de wereld zijn lieve kanten te laten zien. En ja, soms wordt je keihard naar de grond geslagen. En soms lijken de donderwolken weer boven je hoofd rond te cirkelen, maar jij weet heel goed dat ook de zon weer gaat schijnen. Jij weet dondersgoed hoe mooi het leven kan zijn, dus laat je niet vallen.

Woorden zijn maar woorden. Laat ze maar in je ziel snijden. Laat ze je maar pijn doen. De pijn die je ervaart, wordt vanzelf minder. En uiteindelijk maakt het je sterker. Het maakt je een beter mens. En dat mens, gaat later mooie dingen doen. Dus kop op lief meisje. Het komt allemaal wel goed. Je moet er alleen maar voor durven gaan.