maandag 26 augustus 2013

Primark: hemel of hel?

De Primark: voor de één een hemel. Voor de ander de groots mogelijke hel. Hordes vrouwen en meisjes die graaien, grissen, trekken en duwen om dat ene shirtje van drie euro in hun mega shoppingbag te stoppen. Blik op oneindig en gewoon gaan door die winkel. Je niets aantrekken van al die andere grijpgrage vrouwen. Gewoon aan de kant duwen en dat laatste paar schoenen voor een tientje grijpen. Boze blikken negeren. Thuis komen met blauwe plekken in je zij of die schram op je wang omdat je dat laatste shirtje moest hebben. En dan die mannen die braaf op hun vrouw of vriendin staan te wachten en hun ogen uitkijken. Ze begrijpen absoluut niet wat er in die vrouwen omgaat die in de winkel rondlopen. En ik kan het ze ook niet kwalijk nemen.

Mijn eerste Primark ervaring is nu zo’n drie jaar geleden. Met vriendinnen op naar Hoofddorp. Voor mij was het een hemel. Al die shirtjes, topjes, hemdjes en broeken voor zo weinig geld. Zelfs de H&M is nog duurder dan die Primark winkel uit Ierland. Als je dan uit de Primark komt en je naar een andere winkel gaat, is alles ineens duur in je ogen. ‘Ik ga toch geen twintig euro betalen voor een topje?’ roep je dan, terwijl je met je ogen rolt.
En nog steeds vind ik het heerlijk om één à twee keer per jaar de winkel te bezoeken. En toch sta ik er elke keer weer van te kijken hoe gek sommige vrouwen zijn. Eén keer heb ik het meegemaakt dat we er voor openingstijd waren. Er stond echt een enorme rij voor de winkel te wachten. En bij het openen van de deuren renden al die vrouwen naar binnen. Ze grepen een grote shoppingbag van de stapel en doorkruisten de hele winkel. Een tas vol kleren en schoenen en je betaalt nog maar vijftig euro. ‘Een koopje!’ riepen mijn vriendinnen uit. Alleen rijen en rijen voor de pashokjes en ook rijen voor de kassa. En wachten maakt hebberig. Bij het wachten zie je ineens nog een leuk armbandje hangen (maar €1) en nog een leuke muts voor in de winter (maar €3!). Eenmaal thuis pak je je tas uit en dan zie je die muts met die gekke oren en dan twijfel je toch een beetje. En die blouse leek zo leuk, maar hij zit voor geen meter… Dan word je plots wakker uit de hemelse droom. Die Primark is toch eigenlijk soms een behoorlijke hel…


woensdag 14 augustus 2013

Een beetje raar... (Column Stellingwerf 14-8-13)

Je moet je eens voorstellen dat je bij Woodstock bent geweest. Je slaapt vlakbij en loopt terug naar de camping. Voor de caravan zit je zwager nog gezellig een biertje te doen en je gaat er gezellig bij zitten. Je praat nog even leuk en dan is het tijd om te gaan slapen. Je trekt de deur van de caravan los, maar op de plek waar jij hoort te liggen, ligt je broer. Je kijkt naar rechts en ziet dat de plek die leeg hoort te zijn, ook bezet is. Juist, daar hoorde mijn broer te liggen en in dat andere bed hoorde ik te liggen. Een vriend van je broer had geen zin om naar huis te fietsen en heeft doodleuk je plek ingepikt. Ik heb aan zijn schouder zitten trekken, heb dingen tegen hem gezegd, maar hij was niet wakker te krijgen. Ietwat gefrustreerd zat ik naar hem te kijken en heb toen mijn spullen maar gepakt. Mijn autootje (Fiat seicento) is niet erg groot, maar ik moest wel. Ik heb mezelf opgerold en ben op de achterbank gaan slapen. Mijn tere rug was de volgende ochtend stijf. Ik heb eerst alle spieren moeten rekken, voordat ik weer een beetje normaal liep. Maar goed, het hoort er allemaal bij. We doen allemaal wel eens iets stoms.

Een andere vriend van mijn broer was namelijk ook niet al te snugger. Hij dacht heel handig te zijn door een kortere route te nemen naar dezelfde camping als waar wij sliepen. Het was welgeteld vier meter korter, maar goed. Dat maakt allemaal niet uit! Het was korter. Dus meneer loopt dwars door de rietkragen heen en wandelt zo de sloot in. Tot aan zijn middel zeiknat en goor. Zijn vriendin lag helemaal dubbel, want het zag er niet uit. De nooddouche van de mensen waar wij sliepen, was al jaren niet meer gebruikt en had maar één stand: bloedheet. Deze jongen is dezelfde jongen die mij vorig jaar ook uit mijn slaap heeft gehouden. Hij stond in de caravan te gillen. Ik begreep er helemaal niks van en deed een lampje aan. Hij stond met een kastdeur in zijn handen. Ik begreep niet wat hij daarmee deed, waarop hij begon te schreeuwen.
‘Ik moet eruit! Ik moet eruit!’
‘Waarom?’ vroeg ik slaapdronken.
‘Ik moet plassen, maar ik kan de uitgang niet vinden!’

Geërgerd heb ik hem de uitgang gewezen, maar later moest ik heel hard lachen. Ik vergeet nooit meer hoe hij daar met die kastdeur in zijn handen stond. Net als dat ik niet snel zal vergeten hoe ik opgekruld in mijn autootje lag. En dat ik samen met mijn zwager en vriendin heb lopen opdrukken in de grote tent. Dat vergeten we ook niet snel… 

zondag 4 augustus 2013

Knaller van een afsluiting! (Woodstockverslag 3 van 3)

Zaterdag
Bron: bier.jouwpagina.nl
STEENWIJKERWOLD – Er is een aanslag gepleegd op het lichaam. De hoeveelheden bier, wijn en cola berenburg liegen er niet om. Het wankele gevoel zit nog in de benen en het gevoel dat je lever nog altijd bezig is al die hoeveelheden te verwerken, voelt niet erg prettig aan in de maag. Maar dat mag de pret niet drukken, want het was toch zeker weer een geslaagd weekend. De 25e editie van Woodstock is nu dan echt voorbij.

Het zag zwart van de mensen op zaterdagavond. De grote tent stond bomvol. De kleinere tenten waren ook overvol en ook buiten stonden genoeg mensen die even de koelte opzochten. Het was niet zo warm en zweterig als de avonden ervoor. Wat er misschien voor zorgde dat iedereen nog uitbundiger danste. In de grote tent bracht Queenmania de sfeer erin. In het Heartbreak hotel was het aan Di Quapo om de rockers te vermaken. Maar de echte toppers kwamen later in de avond. Met Bogey and the longhorn die simpelweg altijd goed is. En Fragments Live in de grote tent. Met fijne meezingers kwam de hele groep los. Het is de laatste avond en we gaan met zijn allen nog één keer los.


Het was een weekend die je niet snel zult vergeten. Het warme weer. De helderblauwe lucht zonder een rolwolk of onweersbui. De hoeveelheden drank die door de zaal gegooid werden. De lachwekkende foto’s die gemaakt zijn en vooral de gezelligheid. We gaan ons gewoon weer opmaken voor de 26e editie. Woodstock! Tot volgend jaar!

zaterdag 3 augustus 2013

Roze, rozer, roozt! (Woodstockverslag 2 van 3)

Vrijdag
Roze vrijdag! Bron: nutsandnoble.nl
STEENWIJKERWOLD – Onderweg naar de tent is weer duidelijk te zien dat ook de 25e editie van het Dicky Woodstock popfestival weer een groot succes is. Het is eindelijk weer een keer roze vrijdag! Na een paar jaar van afwezigheid wordt het terrein vrolijk roze gekleurd. Roze shirts, roze broeken tot roze Marilyn Monroe’s en zuurstokroze haar. Groepen meisjes in roze jurkjes. Een ander viertal loopt rond in een roze auto met achterlichten die het ook écht doen. Andere creatievelingen hebben een vierkant om zich heen gemaakt met een grote roze ballon eraan. Als een soort luchtballon lopen ze rond over het terrein en krijgen dan ook veel bekijks.

In de tent is het haast nog wat te warm om te dansen in het begin van de avond. De meesten hebben zich buiten verzameld bij een bierkraampje en staan gezellig met elkaar te praten met de klanken van Papa di Grazi op de achtergrond. Als zij plaatsmaken voor de enige echte Ali B & friends stroomt de tent vol. Het idee van een rapper op Woodstock klonk wat vreemd, maar Ali B weet het publiek goed te vermaken. Bovendien weet hij zich dit jaar ook aardig droog te houden. Het lukt behoorlijk goed om het het publiek mee te krijgen. De troubadour van Lenny Kuhr en Rosamunde van Dennie Cristiaan zijn echte feestnummers. Ze zijn wel in een rapjasje gestoken, maar dat mag de pret niet drukken. Zijn rap: “Wie is hier de grote baas, wij zijn hier de grote baas!” wordt door de hele tent meegezongen.

De avond gaat nog lang door en het blijft gezellig en gemoedelijk. Mensen zoeken een plek om te slapen. De één belandt midden in het weiland. De ander gaat midden op de weg liggen, maar wordt daar gelukkig door iemand vanaf gehaald, want dat is natuurlijk levensgevaarlijk. Deze zwoele zomeravond was er één zonder regen en zonder onweer. Het was ouderwets gezellig. Nu maken we ons weer op voor avond nummer drie. De laatste alweer en we gaan knallen zoals alleen echte Woodstockgangers dat kunnen.

vrijdag 2 augustus 2013

't Was weer donders gezellig (Woodstockverslag 1 van 3)

Donderdag
Normaal staat garant voor gezelligheid   Bron: www.nzbwereld.org
STEENWIJKERWOLD - Omstreeks half tien ’s avonds brandt het zonnetje nog lekker aan de hemel. Grote groepen mensen begeven zich naar het festivalterrein. De één gehuld in een ultrakort jurkje. De ander in een korte broek en hemdje. Weer een ander in een spijkerbroek en een t-shirt. Het is warm. De thermometer gaf vandaag zo’n 28 graden aan en het blijft vanavond nog lang warm. Een ideale avond voor een feestje en dat lijkt iedereen te denken.

Rond een uurtje of tien begint de band Normaal te spelen. In een oogwenk trekken mannen hun shirts uit en showen hun blote bast. Kleine druppeltjes zweet vormen zich op hun borstkas, maar een koud glas bier doet wonderen. Het koelt meteen af. De hitte in de tent kan de pret niet drukken. Op de klanken van Normaal dansen en springen mensen rond. Iedereen zweet, iedereen stinkt en het kan ons allemaal niet schelen lijkt het motto van de eerste avond te zijn. Glazen bier worden door het publiek gegooid en mannen duwen tegen elkaar aan. Er wordt gebeukt met hun blote buiken tegen elkaar aan. Van t-shirts wordt een lange sliert gemaakt om te touwtjespringen. Er wordt gedanst en meegezongen. Het feest kan nu al niet meer stuk.

Na Normaal is het aan Mannekoor Karrespoor. Al bij de eerste klanken steekt de hele zaal hun handen in de lucht en klappen mee. Mannen die klompen aanhebben, trekken deze uit en klappen met hun klompen mee. Het gaat snel. Voor iedereen het weet is het voorbij en sterven de laatste klanken weg. De bezoekers achterlatend met een vrolijke grijns op hun gezicht. Voor sommigen is het nu het einde van de avond. ‘We moeten nog twee avonden!’ roept een groepje feestgangers. Een ander neemt nog een biertje buiten op het terrein om na te praten over het feest.

Want het was weer een donders mooi feessie. 

woensdag 31 juli 2013

Grip op je dip (column 31-7-2013)

Sommige senioren zijn sneller vatbaar voor mooie praatjes en geraffineerde gladjakkers. Met hun mooie praatjes proberen ze deze senioren dingen aan te smeren, terwijl ze dat helemaal niet nodig hebben. Op slinkse wijze troggelen ze de ouderen geld af en steken dat piekfijn in hun eigen broekzak. Schandalig, maar het gebeurt. Waarschijnlijk meer dan wij denken.

Zo hoorde ik het verhaal van een lieve mevrouw die al jaren kampt met steeds slechter wordende ogen. Om dat af te remmen krijgt ze spuiten in haar oog, maar deze behandeling voelt na de tijd nogal pijnlijk aan. Het is ook niet niks als ze even met zo’n injectienaald in je oog gaan prikken. Daarna mag je weer naar huis. Een overkoepelende organisatie die samenwerkt met de oogkliniek weet dat mevrouw deze behandeling gehad heeft en gaat de volgende dag bellen. Mevrouw heeft pijn aan haar oog en is daardoor nogal kortaf en niet bepaald vrolijk. Ik vind dat niet zo gek! En ineens krijgt ze te horen dat ze een depressie heeft. Kom op zeg! Onzin toch?
Maar deze lieve mevrouw is iets te lief om te zeggen dat ze de pot op kunnen, dus ze zegt maar ja tegen de luister-cd met verhalen van “soortgenoten”. En het boekwerk met ontspannings- en sportoefeningen. Als ze dan weer bellen van diezelfde organisatie wordt haar vertelt dat ze ook nog even dertien keer in vier maanden naar Leeuwarden moet, voor een soort voortgangsgesprek. Mevrouw heeft geen auto meer, dus ze moet met de taxi. Haar verzekering vergoedt niets en ze overweegt het nog te doen ook. Mevrouw is te lief. Ze vindt dat ze die mensen niet op hun tenen moet trappen, want zij moeten toch ook hun werk doen? En die mensen zeggen het toch niet voor niets? Waarop ik denk: lieve schat. Die mensen proberen je alleen maar geld af te troggelen. Ieder normaal denkend mens weet heus wel dat je een keer een rotdag kunt hebben. Dat betekent niet dat je meteen in een depressie zit…
Ik vind het erg dat dit met senioren gebeurt. Dit is maar één iemand waar ik het van weet, maar er zullen er vast en zeker meer zijn.



vrijdag 19 juli 2013

Schommels en speelgoedtreintjes (Stellingwerf 17-7-13)

Daar zat ik dan. Op een schommel die aan de zijkant van ons huis stond. Met mijn bruine, warrige haar in twee paardenstaarten op mijn hoofd vastgebonden.  Mijn handen hielden het dikke touw stevig vast en elke keer zette ik weer af. Mijn benen bungelden losjes van de grond. Af en toe had ik mijn ogen dicht en genoot ik van het gevoel dat de schommel mij gaf. Een vorm van vrijheid. Niemand zou mij daar zien zitten op die schommel en niemand zou mij horen. Ik was even alleen op de wereld, daar op die schommel. Ik maakte allerlei plannen voor later. Ik zong kinderlijke liedjes. Soms liedjes in (nep) Engels. En ik maakte grapjes in het niets. Ik was op de schommel in een soort dromenland. Fantaseren over een toekomst als prinses, rijke vrouw en soms over een huismoeder met allemaal lieve kinderen. Tja, ik was dan ook nog een kind.

Het liefst spring ik elke week op zo’n schommel. Gewoon, om dat gevoel van dromenland even terug te krijgen. Nu droom ik bijna wekelijks ’s nachts wel iets, maar dat heb ik nooit zelf in de hand. De ene keer komen mannen achter mij aan gerend om mij op te pakken. De andere keer wacht ik in een hotelkamer op een minnaar. En weer een andere keer rij ik rondjes op een varken door de modder. Deze dromen wil ik niet najagen. Ik wil op die schommel zitten peinzen over de toekomst. Wat wil ik nou écht en wat wordt er nou echt van mij verwacht. Terwijl ik heen-en-weer schommel wil ik mijn hoofd leegmaken en wil ik dromen over nieuwe verhalen, nieuwe plannen en carrières.


Aan de andere kant zal het geen zin hebben. Meestal werken plannen niet. Je kunt wel een toekomstplan uitstippelen, maar veel dingen heb je toch niet in de hand. Er gebeuren onvoorziene dingen die alles ineens anders maken. En dan sta je toch voor een andere beslissing en neemt je leven weer een andere wending dan die je voor ogen had. Misschien moet ik eerder een speelgoedtreintje kopen waar ik rondjes in kan meerijden. Gewoon meegaan met de stroom, niet eruit vallen en gewoon wachten tot het op zijn eindbestemming is.

woensdag 3 juli 2013

Verkeerde week (column 3-7-13)


‘Het is weer de verkeerde week zeker?’ vraagt mijn vriend grijnzend, terwijl ik hem woedend aankijk. Ik schud langzaam mijn hoofd en bijt op mijn lip om niet tegen hem uit te vallen. Blijkbaar zit ik altijd in ‘die verkeerde week’ als ik een keer kwaad, chagrijnig of emotioneel word. Hij begint te grinniken en dat maakt mij alleen maar kwader. Ik staar hem aan en hij doet zijn mond open om nog iets te zeggen, maar ik schud snel mijn hoofd.
‘Wat?’ vraagt hij.
‘Zeg het niet,’ zegt ik op een dreigende toon.
Hij begint weer te lachen en ik voel een rare, gefrustreerde kriebel naar boven komen. Hij laat het onderwerp rusten, maar ik voel me nog altijd gefrustreerd. Ik zit met mijn armen over elkaar naar de televisie te kijken en reageer niet op hem. Hij kijkt af en toe een paar keer in mijn richting. Na een tijdje is hij het zat en geeft me duwtje tegen mijn schouder.
‘Wat is er?’
‘Niks,’ zeg ik kortaf.
‘Ben je boos?’ vraagt hij dan.
‘Nee, ik ben niet boos.’ Mijn ogen schitteren van woede en met mijn armen over elkaar heb ik niet zo’n uitnodigende houding.
‘Oké dan niet,’ reageert hij schouderophalend.
En dan baal ik ineens. Het vrouwelijk brein is raar wat dat betreft. Want ik wil wel dat hij doorvraagt. Ik wil wel dat hij vraagt wat er aan de hand is, want hij ziet toch zelf ook wel dat ik niet zo vrolijk ben op dit moment? Hij gaat gewoon verder met televisie kijken en ik kijk weer een paar keer in zijn richting. Hij reageert niet, tot ik herhaaldelijk begin te zuchten.
‘Wat is er nou?’ Nu klinkt ook hij gefrustreerd.
‘Niks,’ zeg ik weer.
Hij laat het onderwerp rusten en ik hoop nog altijd dat hij het op de één of andere manier toch ziet. Net zoals mannen in een film dan galant je hand pakken en erover heen strelen. Zachtjes zeggen ze dat je het ze wel kunt vertellen. Maar deze meneer hier, nee. Die heeft te weinig romantische films gekeken om deze vrouwelijke hints te begrijpen. De volgende keer neem ik een dvd mee van een romantische film om hem aan het verstand te brengen dat je domweg door moet vragen, tot ik openbarst en alles eruit gooi. Met vragen als ben je boos, ben je chagrijnig,’ kom je er niet… Met als gevolg dat we nu allebei gefrustreerd voor ons uit naar de tv blijven kijken.


vrijdag 21 juni 2013

Uit(ge)lachen! (column Stellingwerf 19-6)

Iedereen staat wel eens voor schut. Ik heb het zelf een paar keer meegemaakt, maar probeer dat altijd krampachtig te voorkomen. Toch lijkt het soms alsof andere mensen het bewust doen. Alsof ze aandacht willen en dat ze het daarom doen. Het maakt ze niet uit dat ze zichzelf gigantisch voor schut zetten. Als mensen erom lachen, vinden ze het al gauw goed. Nou, ja. Ik lach er dan wel om, maar ik lach die mensen vooral uit.

Zo was ik laatst in een feesttent waar een meisje op hakken van veertien centimeter rond paradeerde. Dansen kon ze niet met die megahakken, naar de wc gaan werd ook een probleem omdat de hakken ver in de grond zakten en erg charmant liep ze er ook niet op rond. Iedereen om haar heen stond op sneakers of laarsjes, maar zij wilde blijkbaar opvallen. Nou dat opvallen is bij de dames wel gelukt, maar die heren maakte het geen donder uit. Als er maar bier was, waren zij wel tevreden. Een andere vrouw, nogal fors, droeg een basic wit t-shirt. Ze stond met een paar jongeren te praten die begonnen te dansen. Voor de grap schudde een meisje met haar bovenlichaam en lachte. De ietwat forse vrouw deed haar na, maar had eerst niet in de gaten dat haar iets te grote decolleté heen-en-weer zwaaide van links naar rechts. En dan ook écht van links naar rechts. Ze lachte heel hard om zichzelf, niet wetende dat ze met haar borsten het meisje naast haar bijna in haar gezicht had geslagen. Oeps… Niet nog een keer doen denk je. Het maakte die vrouw weinig uit. Ze schudde er lustig op los! En de mensen om haar heen lachten haar vooral uit, maar dat had ze (gelukkig) niet in de gaten.


Maar ach, uiteindelijk zetten we onszelf allemaal wel eens voor schut. Ik ben een keer keihard op mijn muil gegaan in een overvolle feesttent tijdens het lopen van de polonaise. Een andere keer tilde iemand mij op, maar hield mij niet en vielen we samen achterover. Niet bepaald charmant inderdaad. Daar hebben mensen ook smakelijk om gelachen! Dus het geeft allemaal niets, maar grappig is het wel. Toch probeer ik deze situaties nu te voorkomen en kijk ik liever naar mensen die deze situaties nog niet hebben voorkomen.

vrijdag 14 juni 2013

Het kan mij niet schelen

Trillend sta ik daar. Het liefst zak ik door mijn knieën op de grond en sla ik mijn handen voor mijn gezicht. Het liefst begin ik daar een potje te janken, maar ik kan het niet. Er komt geen geluid uit mijn keel en de tranen lijken er niet te zijn. Het is net alsof mijn hoofd met iets heel anders bezig is, dan met het verwerken van dit nieuws. Nog altijd trillend staar ik naar mijn telefoon. Ik durf het sms’je niet nog een keer te lezen, omdat het te veel pijn doet. Ik druk het weg en sla een keer tegen mijn wang. 
Met een opgeplakte glimlach loop ik terug naar het feest. De gang laat ik voor wat het is. Ik zoek mijn vriendinnen weer op. Ik doe net alsof er niets aan de hand is. Ze lijken ook niets door te hebben. Ik lach, ik drink en ik dans. Ik voel het mobieltje wel trillen in mijn broekzak, maar ik negeer het. Ik schreeuw nog harder mee met de muziek. Ik lach nog harder om de grappen van mijn vriendinnen. Ik maak grapjes met andere feestgangers en zie ineens mijn oude jeugdliefde voorbij lopen. Mijn eerste echte vriendje. De jongen waarmee ik alles voor het eerst heb gedaan… Ik glimlach. Door de wijn begint de zaal een beetje te draaien. Hij was mijn eerste echte date, mijn eerste echte zoen en mijn eerste echte vrijpartij. Hij steekt vriendelijk zijn hand naar mij op en ik lach terug. Ik voel het mobieltje weer trillen, maar ik negeer het.

‘Ik ga even naar hem toe,’ zeg ik tegen mijn vriendinnen. 
Heel even zie ik ze bezorgd kijken, maar daar trek ik mij niets van aan. Ik loop op mijn ex af en begin een praatje met hem.
‘Vrijgezel?’ vraag ik na een paar minuten praten aan hem. Hij knikt en haalt lachend een hand door zijn zwarte haar.
Ik zeg niets en trek hem aan zijn arm mee naar de gang waar ik even daarvoor bijna huilend in elkaar gedoken zat. Ik duw hem tegen de muur en begin hem te zoenen. Er lopen mensen langs, maar dat interesseert mij niet. Hij lijkt verbaasd te zijn van mijn zoenen, maar hij duwt mij niet weg.
‘Ben jij niet…?’ vraagt hij na een tijdje zacht in mijn oor.
‘Hou je mond,’ zeg ik terug en zoen hem nog harder. 
Hij streelt met zijn handen over mijn rug en dan verstijf ik ineens. Ik doe niets meer en voel mij verschrikkelijk.
‘Wat is er?’ vraagt hij zacht.
Ik kan niets uitbrengen. Ik voel het mobieltje trillen in mijn zak. Ik staar naar zijn donkerbruine ogen en ik doe mijn mond open om iets te zeggen. Ik schud mijn hoofd en dan komen ineens de tranen. Ik zie niets meer. Mijn schouders schokken heen en weer en ik sla mijn handen voor mijn gezicht. Mijn ex streelt zacht over mijn schouder, maar ik merk het amper.
‘Wat is er meisje?’ vraagt hij heel zachtjes.
En dan komt ineens alles er wel uit. Ik sla mijn ogen open. De tranen blijven stromen, maar het kan mij ineens niets meer schelen.
‘Dit is wat er aan de hand is!’ roep ik kwaad. Ik steek het mobieltje in de lucht. ‘Ik heb al drie jaar een relatie, maar hij heeft het door middel van een sms’je uitgemaakt,’ zeg ik woedend. ‘Vanavond om precies te zijn. Nog geen uur geleden. En waarom? Omdat ik hem vanmorgen heb verteld dat ik borstkanker heb.’
Ik kijk woedend voor mij uit, maar dan begin ik weer heel hard te huilen. De man waarvan ik oprecht veel hou, rent met de staart tussen de benen bij mij vandaan. Hij steunt mij niet. Het is een lafaard. 
Nog harder huilend stort ik mij in de armen van mijn ex, die niet weet wat hij moet zeggen. Ik neem het hem niet kwalijk. Het enige wat ik voel, is pure woede. Ik wil iemand die mij vasthoudt, die mij troost, die mij zegt dat het goed komt. Ik smeek dat mijn ex het zegt, maar het blijft stil. Zuchtend maak ik mij uit zijn armen los.

‘Het spijt me zo,’ zeg ik dan tegen hem. 'Ik had dit niet moeten doen.' Ik draai mij om en loop terug naar mijn vriendinnen.

(fictie)