woensdag 31 juli 2013

Grip op je dip (column 31-7-2013)

Sommige senioren zijn sneller vatbaar voor mooie praatjes en geraffineerde gladjakkers. Met hun mooie praatjes proberen ze deze senioren dingen aan te smeren, terwijl ze dat helemaal niet nodig hebben. Op slinkse wijze troggelen ze de ouderen geld af en steken dat piekfijn in hun eigen broekzak. Schandalig, maar het gebeurt. Waarschijnlijk meer dan wij denken.

Zo hoorde ik het verhaal van een lieve mevrouw die al jaren kampt met steeds slechter wordende ogen. Om dat af te remmen krijgt ze spuiten in haar oog, maar deze behandeling voelt na de tijd nogal pijnlijk aan. Het is ook niet niks als ze even met zo’n injectienaald in je oog gaan prikken. Daarna mag je weer naar huis. Een overkoepelende organisatie die samenwerkt met de oogkliniek weet dat mevrouw deze behandeling gehad heeft en gaat de volgende dag bellen. Mevrouw heeft pijn aan haar oog en is daardoor nogal kortaf en niet bepaald vrolijk. Ik vind dat niet zo gek! En ineens krijgt ze te horen dat ze een depressie heeft. Kom op zeg! Onzin toch?
Maar deze lieve mevrouw is iets te lief om te zeggen dat ze de pot op kunnen, dus ze zegt maar ja tegen de luister-cd met verhalen van “soortgenoten”. En het boekwerk met ontspannings- en sportoefeningen. Als ze dan weer bellen van diezelfde organisatie wordt haar vertelt dat ze ook nog even dertien keer in vier maanden naar Leeuwarden moet, voor een soort voortgangsgesprek. Mevrouw heeft geen auto meer, dus ze moet met de taxi. Haar verzekering vergoedt niets en ze overweegt het nog te doen ook. Mevrouw is te lief. Ze vindt dat ze die mensen niet op hun tenen moet trappen, want zij moeten toch ook hun werk doen? En die mensen zeggen het toch niet voor niets? Waarop ik denk: lieve schat. Die mensen proberen je alleen maar geld af te troggelen. Ieder normaal denkend mens weet heus wel dat je een keer een rotdag kunt hebben. Dat betekent niet dat je meteen in een depressie zit…
Ik vind het erg dat dit met senioren gebeurt. Dit is maar één iemand waar ik het van weet, maar er zullen er vast en zeker meer zijn.



vrijdag 19 juli 2013

Schommels en speelgoedtreintjes (Stellingwerf 17-7-13)

Daar zat ik dan. Op een schommel die aan de zijkant van ons huis stond. Met mijn bruine, warrige haar in twee paardenstaarten op mijn hoofd vastgebonden.  Mijn handen hielden het dikke touw stevig vast en elke keer zette ik weer af. Mijn benen bungelden losjes van de grond. Af en toe had ik mijn ogen dicht en genoot ik van het gevoel dat de schommel mij gaf. Een vorm van vrijheid. Niemand zou mij daar zien zitten op die schommel en niemand zou mij horen. Ik was even alleen op de wereld, daar op die schommel. Ik maakte allerlei plannen voor later. Ik zong kinderlijke liedjes. Soms liedjes in (nep) Engels. En ik maakte grapjes in het niets. Ik was op de schommel in een soort dromenland. Fantaseren over een toekomst als prinses, rijke vrouw en soms over een huismoeder met allemaal lieve kinderen. Tja, ik was dan ook nog een kind.

Het liefst spring ik elke week op zo’n schommel. Gewoon, om dat gevoel van dromenland even terug te krijgen. Nu droom ik bijna wekelijks ’s nachts wel iets, maar dat heb ik nooit zelf in de hand. De ene keer komen mannen achter mij aan gerend om mij op te pakken. De andere keer wacht ik in een hotelkamer op een minnaar. En weer een andere keer rij ik rondjes op een varken door de modder. Deze dromen wil ik niet najagen. Ik wil op die schommel zitten peinzen over de toekomst. Wat wil ik nou écht en wat wordt er nou echt van mij verwacht. Terwijl ik heen-en-weer schommel wil ik mijn hoofd leegmaken en wil ik dromen over nieuwe verhalen, nieuwe plannen en carrières.


Aan de andere kant zal het geen zin hebben. Meestal werken plannen niet. Je kunt wel een toekomstplan uitstippelen, maar veel dingen heb je toch niet in de hand. Er gebeuren onvoorziene dingen die alles ineens anders maken. En dan sta je toch voor een andere beslissing en neemt je leven weer een andere wending dan die je voor ogen had. Misschien moet ik eerder een speelgoedtreintje kopen waar ik rondjes in kan meerijden. Gewoon meegaan met de stroom, niet eruit vallen en gewoon wachten tot het op zijn eindbestemming is.

woensdag 3 juli 2013

Verkeerde week (column 3-7-13)


‘Het is weer de verkeerde week zeker?’ vraagt mijn vriend grijnzend, terwijl ik hem woedend aankijk. Ik schud langzaam mijn hoofd en bijt op mijn lip om niet tegen hem uit te vallen. Blijkbaar zit ik altijd in ‘die verkeerde week’ als ik een keer kwaad, chagrijnig of emotioneel word. Hij begint te grinniken en dat maakt mij alleen maar kwader. Ik staar hem aan en hij doet zijn mond open om nog iets te zeggen, maar ik schud snel mijn hoofd.
‘Wat?’ vraagt hij.
‘Zeg het niet,’ zegt ik op een dreigende toon.
Hij begint weer te lachen en ik voel een rare, gefrustreerde kriebel naar boven komen. Hij laat het onderwerp rusten, maar ik voel me nog altijd gefrustreerd. Ik zit met mijn armen over elkaar naar de televisie te kijken en reageer niet op hem. Hij kijkt af en toe een paar keer in mijn richting. Na een tijdje is hij het zat en geeft me duwtje tegen mijn schouder.
‘Wat is er?’
‘Niks,’ zeg ik kortaf.
‘Ben je boos?’ vraagt hij dan.
‘Nee, ik ben niet boos.’ Mijn ogen schitteren van woede en met mijn armen over elkaar heb ik niet zo’n uitnodigende houding.
‘Oké dan niet,’ reageert hij schouderophalend.
En dan baal ik ineens. Het vrouwelijk brein is raar wat dat betreft. Want ik wil wel dat hij doorvraagt. Ik wil wel dat hij vraagt wat er aan de hand is, want hij ziet toch zelf ook wel dat ik niet zo vrolijk ben op dit moment? Hij gaat gewoon verder met televisie kijken en ik kijk weer een paar keer in zijn richting. Hij reageert niet, tot ik herhaaldelijk begin te zuchten.
‘Wat is er nou?’ Nu klinkt ook hij gefrustreerd.
‘Niks,’ zeg ik weer.
Hij laat het onderwerp rusten en ik hoop nog altijd dat hij het op de één of andere manier toch ziet. Net zoals mannen in een film dan galant je hand pakken en erover heen strelen. Zachtjes zeggen ze dat je het ze wel kunt vertellen. Maar deze meneer hier, nee. Die heeft te weinig romantische films gekeken om deze vrouwelijke hints te begrijpen. De volgende keer neem ik een dvd mee van een romantische film om hem aan het verstand te brengen dat je domweg door moet vragen, tot ik openbarst en alles eruit gooi. Met vragen als ben je boos, ben je chagrijnig,’ kom je er niet… Met als gevolg dat we nu allebei gefrustreerd voor ons uit naar de tv blijven kijken.


vrijdag 21 juni 2013

Uit(ge)lachen! (column Stellingwerf 19-6)

Iedereen staat wel eens voor schut. Ik heb het zelf een paar keer meegemaakt, maar probeer dat altijd krampachtig te voorkomen. Toch lijkt het soms alsof andere mensen het bewust doen. Alsof ze aandacht willen en dat ze het daarom doen. Het maakt ze niet uit dat ze zichzelf gigantisch voor schut zetten. Als mensen erom lachen, vinden ze het al gauw goed. Nou, ja. Ik lach er dan wel om, maar ik lach die mensen vooral uit.

Zo was ik laatst in een feesttent waar een meisje op hakken van veertien centimeter rond paradeerde. Dansen kon ze niet met die megahakken, naar de wc gaan werd ook een probleem omdat de hakken ver in de grond zakten en erg charmant liep ze er ook niet op rond. Iedereen om haar heen stond op sneakers of laarsjes, maar zij wilde blijkbaar opvallen. Nou dat opvallen is bij de dames wel gelukt, maar die heren maakte het geen donder uit. Als er maar bier was, waren zij wel tevreden. Een andere vrouw, nogal fors, droeg een basic wit t-shirt. Ze stond met een paar jongeren te praten die begonnen te dansen. Voor de grap schudde een meisje met haar bovenlichaam en lachte. De ietwat forse vrouw deed haar na, maar had eerst niet in de gaten dat haar iets te grote decolleté heen-en-weer zwaaide van links naar rechts. En dan ook écht van links naar rechts. Ze lachte heel hard om zichzelf, niet wetende dat ze met haar borsten het meisje naast haar bijna in haar gezicht had geslagen. Oeps… Niet nog een keer doen denk je. Het maakte die vrouw weinig uit. Ze schudde er lustig op los! En de mensen om haar heen lachten haar vooral uit, maar dat had ze (gelukkig) niet in de gaten.


Maar ach, uiteindelijk zetten we onszelf allemaal wel eens voor schut. Ik ben een keer keihard op mijn muil gegaan in een overvolle feesttent tijdens het lopen van de polonaise. Een andere keer tilde iemand mij op, maar hield mij niet en vielen we samen achterover. Niet bepaald charmant inderdaad. Daar hebben mensen ook smakelijk om gelachen! Dus het geeft allemaal niets, maar grappig is het wel. Toch probeer ik deze situaties nu te voorkomen en kijk ik liever naar mensen die deze situaties nog niet hebben voorkomen.

vrijdag 14 juni 2013

Het kan mij niet schelen

Trillend sta ik daar. Het liefst zak ik door mijn knieën op de grond en sla ik mijn handen voor mijn gezicht. Het liefst begin ik daar een potje te janken, maar ik kan het niet. Er komt geen geluid uit mijn keel en de tranen lijken er niet te zijn. Het is net alsof mijn hoofd met iets heel anders bezig is, dan met het verwerken van dit nieuws. Nog altijd trillend staar ik naar mijn telefoon. Ik durf het sms’je niet nog een keer te lezen, omdat het te veel pijn doet. Ik druk het weg en sla een keer tegen mijn wang. 
Met een opgeplakte glimlach loop ik terug naar het feest. De gang laat ik voor wat het is. Ik zoek mijn vriendinnen weer op. Ik doe net alsof er niets aan de hand is. Ze lijken ook niets door te hebben. Ik lach, ik drink en ik dans. Ik voel het mobieltje wel trillen in mijn broekzak, maar ik negeer het. Ik schreeuw nog harder mee met de muziek. Ik lach nog harder om de grappen van mijn vriendinnen. Ik maak grapjes met andere feestgangers en zie ineens mijn oude jeugdliefde voorbij lopen. Mijn eerste echte vriendje. De jongen waarmee ik alles voor het eerst heb gedaan… Ik glimlach. Door de wijn begint de zaal een beetje te draaien. Hij was mijn eerste echte date, mijn eerste echte zoen en mijn eerste echte vrijpartij. Hij steekt vriendelijk zijn hand naar mij op en ik lach terug. Ik voel het mobieltje weer trillen, maar ik negeer het.

‘Ik ga even naar hem toe,’ zeg ik tegen mijn vriendinnen. 
Heel even zie ik ze bezorgd kijken, maar daar trek ik mij niets van aan. Ik loop op mijn ex af en begin een praatje met hem.
‘Vrijgezel?’ vraag ik na een paar minuten praten aan hem. Hij knikt en haalt lachend een hand door zijn zwarte haar.
Ik zeg niets en trek hem aan zijn arm mee naar de gang waar ik even daarvoor bijna huilend in elkaar gedoken zat. Ik duw hem tegen de muur en begin hem te zoenen. Er lopen mensen langs, maar dat interesseert mij niet. Hij lijkt verbaasd te zijn van mijn zoenen, maar hij duwt mij niet weg.
‘Ben jij niet…?’ vraagt hij na een tijdje zacht in mijn oor.
‘Hou je mond,’ zeg ik terug en zoen hem nog harder. 
Hij streelt met zijn handen over mijn rug en dan verstijf ik ineens. Ik doe niets meer en voel mij verschrikkelijk.
‘Wat is er?’ vraagt hij zacht.
Ik kan niets uitbrengen. Ik voel het mobieltje trillen in mijn zak. Ik staar naar zijn donkerbruine ogen en ik doe mijn mond open om iets te zeggen. Ik schud mijn hoofd en dan komen ineens de tranen. Ik zie niets meer. Mijn schouders schokken heen en weer en ik sla mijn handen voor mijn gezicht. Mijn ex streelt zacht over mijn schouder, maar ik merk het amper.
‘Wat is er meisje?’ vraagt hij heel zachtjes.
En dan komt ineens alles er wel uit. Ik sla mijn ogen open. De tranen blijven stromen, maar het kan mij ineens niets meer schelen.
‘Dit is wat er aan de hand is!’ roep ik kwaad. Ik steek het mobieltje in de lucht. ‘Ik heb al drie jaar een relatie, maar hij heeft het door middel van een sms’je uitgemaakt,’ zeg ik woedend. ‘Vanavond om precies te zijn. Nog geen uur geleden. En waarom? Omdat ik hem vanmorgen heb verteld dat ik borstkanker heb.’
Ik kijk woedend voor mij uit, maar dan begin ik weer heel hard te huilen. De man waarvan ik oprecht veel hou, rent met de staart tussen de benen bij mij vandaan. Hij steunt mij niet. Het is een lafaard. 
Nog harder huilend stort ik mij in de armen van mijn ex, die niet weet wat hij moet zeggen. Ik neem het hem niet kwalijk. Het enige wat ik voel, is pure woede. Ik wil iemand die mij vasthoudt, die mij troost, die mij zegt dat het goed komt. Ik smeek dat mijn ex het zegt, maar het blijft stil. Zuchtend maak ik mij uit zijn armen los.

‘Het spijt me zo,’ zeg ik dan tegen hem. 'Ik had dit niet moeten doen.' Ik draai mij om en loop terug naar mijn vriendinnen.

(fictie)



woensdag 5 juni 2013

Vrouwen met ballen!

Vrouwen hebben de neiging alles zo omslachtig te zeggen. Mannen zeggen gewoon: “Joh, ik vind dit een stom idee en ik wil dat dit verandert.” Vrouwen draaien er altijd zo lekker om heen. “Misschien hè, misschien is het beter als je dat een heel klein beetje verandert. Niet zo erg hoor, want jouw idee is ook goed. Ik denk alleen dat het misschien een beetje anders moet. Als jij dat ook vindt tenminste.” Wat een omslachtig gedoe eigenlijk. Misschien moeten we allemaal een cursus direct reageren volgen. Ik geef eerlijk toe dat ik vaak ook omslachtig antwoord geef, maar ik probeer er wel op te letten. Gewoon zeggen wat je denkt en wat je voelt werkt dan toch zoveel beter? “Luister: ik weet dat je heel erg je best hebt gedaan, maar ik vind het niet goed.” Het is simpel, duidelijk en toch leef je met iemand mee. Dus niet meer stilzwijgend antwoord geven, niet meer omslachtig antwoord geven, maar gewoon direct reageren. Zoveel makkelijker en het scheelt gedoe.
Eigenlijk kunnen we wel dingen van mannen leren. Ik geef het liever niet toe, maar het is wel waar. Vrouwen zijn soms zo kattig, achterbaks en arrogant. Mannen meestal stukken minder. Vrouwen doen poeslief tegen mensen die ze eigenlijk helemaal niet mogen, om vervolgens achter haar rug om allemaal roddels te verspreiden. Sneu vind ik dat. Wees dan een vent en vermijdt gewoon contact met diegene. Komt het er dan toch van, drink een biertje en doe niet zo nep. Nep maakt lelijk en nep maakt vijanden. Onze vrouwelijke rondingen, vrouwelijke kleren en make-up mogen we houden. Maar af en toe moeten we toch echt ballen creëren om een echte vrouw te zijn!

woensdag 22 mei 2013

Je staat nooit alleen (Stellingwerf 22-5-2013)


 Al een paar seizoenen lang kijk ik met veel bewondering naar het programma ‘Over de streep.’ Een klas of een afdeling van een middelbare school gaat meedoen aan de challenge. Degene die de leiding heeft over die dag zegt geheimzinnig dat hun levens zullen veranderen na deze dag. En elke keer krijg ik weer kippenvel als ik er naar kijk. Het principe is simpel. De leider vraagt aan de leerlingen om aan één kant van de lijn te gaan staan en stelt vervolgens een aantal vragen. Bij elke vraag denk je na: geldt dit ook voor mij? Zo ja, dan loop je naar de overkant van de streep.

Vanaf de bank in de woonkamer kijk ik er naar, terwijl de vragen steeds heftiger worden. “Als je je ooit alleen of eenzaam hebt gevoeld, stap dan over de streep,” zegt de leider dan. Vanaf de bank in mijn woonkamer zie ik al die mensen naar de overkant lopen. Het is er niet één, het zijn er veel meer. “Kijk goed om je heen,” zegt de leider zacht. “Je bent nooit alleen. Als zoveel mensen zich alleen voelen, waarom voel jij je dan nog steeds alleen?” Haar woorden sterven weg en ik zit met tranen in mijn ogen. Je ziet het voor je. Je voelt het. “Stap over de streep als je een dierbare bent verloren.” Het blijft stil in de zaal, terwijl er heel veel mensen naar de andere kant van de streep lopen. De één huilend, de ander zwijgend met een trieste uitdrukking in zijn of haar gezicht. “Denk aan de persoon die je kwijt bent, maar denk vooral aan zijn of haar glimlach.” Mensen blijven stil tot de leider aangeeft dat je weer terug mag lopen.

Ik had gewild dat wij dit hadden gedaan op school. Het was af en toe toch best wel zwaar op het voortgezet onderwijs. Je bent aan het puberen, je bent rete onzeker en als dan iemand ook nog eens iets naars over je zegt trek je je dat persoonlijk aan. Je voelt je af en toe behoorlijk eenzaam en je trekt je automatisch terug. Ik denk dat wanneer wij dit programma toen al hadden, dat je anders naar elkaar gaat kijken. Je gaat elkaar met meer respect behandelen en je hebt meer oog voor iemand. Dat brutale meisje heeft het moeilijk thuis en ze weet geen andere manier om zich te uiten. En die jongen die een beetje dik is, die is ook onzeker en voelt zich eenzaam. Geef elkaar simpelweg wat vaker een knuffel of een hand, want dat doet een mens goed. Wees een beetje lief voor elkaar, want het leven is al hard genoeg.

donderdag 9 mei 2013

Jagen is niet zielig (8-5-13 Stellingwerf)


‘Oh wat zielig!’ is vaak het eerste wat je hoort wanneer iemand vertelt dat hij een dier heeft gedood. Een koe naar de slacht, een ree door een jager geschoten of een visser met een paling aan de haak. Het hoort er simpelweg gewoon bij. Wij mensen jagen al sinds de prehistorie op dieren om aan voedsel te komen. Het was toen de enige manier om te overleven. In die tijd waren er nog geen vegetariërs die wel een blaadje van de boom plukten. De tijden zijn veranderd en dat is ook helemaal niet erg. 


Ik zie nu niet graag halfnaakte jagers met een speer door de bossen sluipen… Maar dat er nog steeds gejaagd wordt, vind ik persoonlijk niet erg.
Jagen is een sport en tevens een manier om de natuur in de gaten te houden. Als er te veel vossen zijn, moeten een aantal vossen gedood worden, omdat anders alle kippen, konijnen en andere kleine dieren dood gaan. En we vinden allemaal konijntjes schattig. Die moeten toch niet uitsterven? Dankzij de jagers wordt daar iets aan gedaan. En die rot vossen zijn best mooie beesten, maar ze zijn sluw en het zijn moordenaars. Als jij gewend bent elke ochtend lekker een eitje te eten en een vos vreet al je kippen op, dan ben je ook woest! Het hoort er nou eenmaal bij.
Je mag niet alles zomaar schieten. Met een jachtvergunning mag je op bepaalde diersoorten in Nederland jagen, mits daar  ook genoeg van zijn. Jagen is een sport, maar ook een manier om de natuur in de gaten te houden. Andere argumenten voor de jacht zijn dat er in het wild soms dieren wees worden en niet kunnen overleven zonder hun ouders. Ze worden doodgemaakt om hongersnood te voorkomen. Andere dieren worden aangevallen door een ander dier of aangereden en lijden nodeloos pijn als niemand ze uit hun lijden komt verlossen. Er zijn genoeg voor- en nadelen van de jacht te noemen, maar persoonlijk vind ik het kunnen, mits de regels nageleefd worden. Zolang er geen dieren vergiftigd worden, vind ik dat het moet blijven bestaan. Jagers hebben het behoud van de natuur in hun achterhoofd en daar is natuurlijk niets mis mee.

donderdag 25 april 2013

Vrouwen als gorilla's (24-4-2013)



“Mannen komen van Mars en vrouwen komen van Venus” is een boek over de verschillen tussen mannen en vrouwen. Wij vrouwen zijn al jaren bezig de ongelijkheid tussen de beide seksen te verkleinen en met enig resultaat! Kiesrecht, succesvol in het bedrijfsleven en het is ook niet meer raar als een vrouw op zichzelf gaat wonen, zonder partner. We zijn er nog niet, maar we hebben in ieder geval iets bereikt. Toch blijven wij die wezens van Venus en mannen die wezens van Mars!

Mannen willen absoluut het alfamannetje spelen. Ze willen macht en dominantie. Eigenlijk willen ze gewoon een stoere gorilla blijven. Wij vrouwen moeten maar het lieve, onschuldige meisje blijven die ze kunnen veroveren met hun machtsvertoon en oergeluiden. Het liefst slingeren die kerels aan een liaan tussen de bomen door met enkel een witte luierachtige onderbroek aan om ons vrouwen mee te nemen naar hun boomhut in het hoogste topje van de boom. Ze willen niet toegeven dat ze soms bang van ons worden, omdat wij ook steeds vaker oergeluiden laten horen als we het ergens niet mee eens zijn. De vrouw slaat ook steeds vaker (zacht) op haar borst om haar macht aan de mannen te laten zien. En ze staat ook steeds vaker in de kroeg een vent te versieren in plaats van af te wachten als een verlegen muurbloempje.

Ik juich het feminisme toe, maar besef ook dat vrouwen altijd van Venus komen en mannen altijd van Mars. Die kerels willen gewoon beter zijn in autorijden en daarom zeggen ze ook zo vaak dat vrouwen het niet kunnen. Mannen willen laten zien dat ze een vent zijn in hart en nieren en daarom zijn ze soms bot en direct tegen de andere sekse, omdat ze denken dat het moet. Ze willen niet toegeven dat ze ook moeten huilen om Grey’s Anatomy, All you need is love of een andere romantische dramafilm. Om dat te vermijden, kijken ze dat ook maar liever niet. Ondanks de moderne 21e eeuw, wil de man nog altijd de gorilla spelen. Ze juichen het feminisme wel toe, maar zien niet graag dat vrouwen ook ineens gorilla’s worden en de man verandert van gorilla naar het kleine kapucijneraapje meneer Nilsson van Pippi Langkous… Dat kunnen we ze niet aandoen. En daarom speel ik meestal dat lieve, onschuldige aapje en laat ik de man een gorilla zijn. Op slinkse wijze krijg je als vrouw dan uiteindelijk toch wel wat je wil, maar daar hoef ik geen oergeluiden bij te maken. 


woensdag 10 april 2013

Zo moeilijk is het niet (Stellingwerf 10-4-13)



‘Doe gewoon wat je leuk vindt,’ is het beste advies wat ik de afgelopen twee weken te horen heb gekregen. Ik heb al eerder vermeld dat ik keuzes maken moeilijk vind en er stond een belangrijk keuzemoment voor de deur. Namelijk het kiezen van mijn specialisatie. Doodeng, want misschien kies ik wel het verkeerde. Misschien ga ik wel iets doen wat ik uiteindelijk helemaal niet leuk vind! Daarom vroeg ik een lerares op mijn school wat ik moest doen. Ze keek mij glimlachend aan en haalde haar schouders op. ‘Je moet gewoon doen wat je leuk vindt. Dan komt uiteindelijk alles wel goed.’

Weg was de stress, want het is wel heel simpel gezegd, maar het is ook waar! Als je doet wat je leuk vindt, dan kom je er uiteindelijk wel. Misschien moet iedereen dat gewoon doen. Ga je dromen achterna en probeer ze daadwerkelijk in te halen. Koop die leuke tas die je al twee jaar wilt, maar niet durft te kopen. En ga naar plekken die je van kleins af aan al wilt zien. Je werkt nu toch? Koop een ticket en vertrek. Hoe moeilijk kan het zijn? En als je het leuk vindt?

Ik ga haar advies in ieder geval opvolgen. Wat ik nu leuk vind, vind ik misschien over tien jaar wel niks meer aan. Ik wil niet eindigen als een oude oma die spijt heeft van dingen die ze niet heeft gedaan. Ik heb liever dingen gedaan, die uiteindelijk niet helemaal de juiste keus waren. Dan dingen waarvan ik altijd blijf gissen over hoe het dan zou zijn geweest. De woorden: ‘wat als’ bestaan niet meer in mijn hoofd. Tja, wat als ik het niet leuk vindt? Pech gehad! Dan bestaan er genoeg andere opleidingen en carrièrekeuzes waarin je het wel waar kunt maken. Of je nou dertig of vijftig bent. Je weet niet wat voor toekomst er in het verschiet ligt. Daarom is het beste advies wat iemand jou kan geven eigenlijk heel simpel! Als je doet wat je leuk vindt, heb je uiteindelijk nergens spijt van. Je hebt ervan genoten en je kijkt er met een goed gevoel op terug. Dat is wat belangrijk is. Dat is wat je moet onthouden. En dat is wat ik ga doen.